ECLI:NL:RBMNE:2015:7915
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op uitbetaling onregelmatigheidstoeslag tijdens vakantie voor ambulancepersoneel
Eiser, een ambulanceverpleegkundige, verzocht de GGD Flevoland om uitbetaling van ORT tijdens vakantie vanaf mei 2014. Verweerder wees dit af met het argument dat ORT een vergoeding is voor daadwerkelijk ongemak dat tijdens vakantie niet wordt ondervonden en dat eiser geen financiële belemmeringen ondervond om vakantie op te nemen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 7 van Pro Richtlijn 2003/88 het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon garandeert, waarbij het loon tijdens vakantie vergelijkbaar moet zijn met het gebruikelijke loon. De ORT maakt deel uit van het gebruikelijke loon en het niet doorbetalen ervan tijdens vakantie leidt tot een lagere bezoldiging, wat strijdig is met de richtlijn.
Verweerder stelde dat de CAO AZN richtlijnconform geïnterpreteerd kan worden door ORT tijdens vakantie door te betalen met een proportionele verlaging van de ORT-bedragen, maar de rechtbank verwierp dit wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de afwijzing van het verzoek tot uitbetaling van ORT tijdens vakantie betrof, en beval een nieuwe beslissing met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de afwijzing van het verzoek tot uitbetaling van ORT tijdens vakantie betreft.