ECLI:NL:RBMNE:2015:7970

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 november 2015
Publicatiedatum
11 november 2015
Zaaknummer
402932 / HA RK 15-249
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 4.1 wrakingsprotocol rechtbank Midden-Nederland
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek in familierechtelijk kort geding wegens ontbreken advocaatondertekening

Verzoeker is gedagvaard in een kort geding over de voorlopige opschorting van een omgangsregeling. Tijdens de mondelinge behandeling op 27 oktober 2015 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de behandelende rechter, mr. P.J.G. van Osta. Dit verzoek moest volgens de wet en het wrakingsprotocol van de rechtbank Midden-Nederland mede worden ondertekend door een advocaat.

Hoewel verzoeker werd bijgestaan door mr. M.S. Krol, weigerde deze advocaat het wrakingsverzoek mede te ondertekenen. Verzoeker kreeg vervolgens de gelegenheid een andere advocaat te vinden, maar slaagde daar niet in. Hierdoor werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.

De wrakingskamer oordeelde dat in familierechtelijke kort gedingen verplichte procesvertegenwoordiging geldt en dat het ontbreken van een advocaatsondertekening betekent dat het wrakingsverzoek niet in behandeling kan worden genomen. De procedure wordt voortgezet zoals die was op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens het ontbreken van een advocaat die het verzoek mede ondertekent.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 402932 / HA RK 15-249
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
5 november 2015
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
(verder te noemen: verzoeker),

1.De procedure

1.1.
Verzoeker is gedagvaard in een kort geding procedure. Het geschil in dat kort geding betreft een voorlopige opschorting van de in de beschikking van 3 september 2015 bepaalde omgangsregeling.
1.2.
Op 27 oktober 2015 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, gehouden door mr. P.J.G. van Osta. Verzoeker heeft een verzoek tot wraking van mr. Van Osta ingediend bij brief van 28 oktober 2015 en door deze rechtbank op diezelfde datum ontvangen.
1.3.
In de kort geding procedure wordt verzoeker bijgestaan door mr. M.S. Krol.
Mr. Krol heeft de wrakingskamer op 30 oktober 2015 laten weten dat zij niet bereid is het wrakingsverzoek van verzoeker mede te ondertekenen.
1.4.
Aan verzoeker is op 30 oktober 2015 bericht dat ondertekening van het wrakingsverzoek door een advocaat in onderhavige zaak verplicht is en is hem gelegenheid geboden een advocaat te vinden die bereid is het wrakingsverzoek mede te ondertekenen.
1.5.
Op 4 november 2015 heeft verzoeker de wrakingskamer bericht dat het hem niet is gelukt een advocaat te vinden die hiertoe bereid is.
1.6.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Allereerst dient beoordeeld te worden of verzoeker ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 18 december 1998 (LJN: AD2977) geoordeeld dat in geval van verplichte procesvertegenwoordiging in de hoofdzaak het wrakingsverzoek dient te zijn ondertekend door een advocaat die de verzoeker vertegenwoordigt. Dit vereiste is eveneens opgenomen in artikel 4.1. van het wrakingsprotocol van de rechtbank Midden-Nederland.
2.2.
In onderhavige hoofdzaak, een familierechtelijk kort geding, is sprake van verplichte procesvertegenwoordiging. Weliswaar werd verzoeker in deze hoofdzaak bijgestaan door een advocaat, mr. M.S. Krol. Deze advocaat heeft echter geweigerd het door verzoeker gedane wrakingsverzoek mede te ondertekenen. Ook na het aan verzoeker verleende uitstel is het hem niet gelukt een advocaat te vinden die hem vertegenwoordigt in zijn wrakingsverzoek. Verzoeker zal dan ook niet ontvankelijk worden verklaard in zijn wrakingsverzoek.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte rechter, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Familierecht en de president van deze rechtbank;
3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer C/16/400012 / KG ZA 15/678 dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, en mr. R.M. Berendsen en
mr. R. in ’t Veld als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. L.C.J. van der Heijden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2015.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.