ECLI:NL:RBMNE:2015:864
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid rechter
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M.J.C.M. Manders, rechter in een civiele procedure tussen verzoeker en de VvE Woongebouw de Oude Haven. Het verzoek betrof vermeende objectieve partijdigheid, omdat niet alle belanghebbenden waren opgeroepen en de rechter had aangegeven zijn oordeel over procedurele bezwaren schriftelijk te geven in plaats van ter zitting.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De kamer oordeelde dat de aangevoerde gronden geen aanwijzingen bevatten voor vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter.
De beslissing om een oordeel schriftelijk te geven over het verweer van verzoeker is een procedurele beslissing die aan de behandelend rechter toekomt en niet via wraking kan worden aangevochten. De wrakingskamer benadrukte dat alleen bij onbegrijpelijke beslissingen die wijzen op vooringenomenheid een wraking kan worden toegewezen.
Omdat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft gesteld die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen, is het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Manders is afgewezen wegens ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid.