De zaak betreft een geschil tussen de coöperatie Marketing Centrum Banketbakkerij U.A. (MCB), een fabrikant van verpakkingen ([eiser sub 2]) en een voormalig lid ([gedaagde]). [Gedaagde] was lid van MCB en had een automatische incassomachtiging verstrekt voor contributiebetaling. Na een conflict over de aanwezigheid van een werknemer bij groepsvergaderingen en daaropvolgende uitsluiting, beëindigde [gedaagde] het lidmaatschap per 1 januari 2015, maar bleef contributie verschuldigd over de eerste drie maanden van 2014.
MCB en [eiser sub 2] vorderden betaling van achterstallige contributie, facturen voor verpakkingsmateriaal en incassokosten. [Gedaagde] betwistte de vorderingen, stellende dat hij niet in de gelegenheid was gesteld verpakkingen af te nemen en dat de uitsluiting onredelijk was. De rechtbank oordeelde dat MCB bevoegd was tot uitsluiting en dat [gedaagde] gehouden was tot betaling, ook omdat hij zelf de automatische incasso had ingetrokken.
Verder werd vastgesteld dat op grond van de afroepovereenkomst [eiser sub 2] alle verpakkingen mocht factureren nadat [gedaagde] de zakelijke relatie wenste te beëindigen. Het verweer dat [gedaagde] niet kon afnemen werd verworpen omdat hij toegaf dat hij niet wilde afnemen. De bonus die [gedaagde] over 2013 toekwam, werd verrekend met de vordering van MCB. Uiteindelijk werd [gedaagde] veroordeeld tot betaling van € 9.286,43 plus wettelijke rente en proceskosten.