ECLI:NL:RBMNE:2015:9086

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 december 2015
Publicatiedatum
17 december 2015
Zaaknummer
4567321
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:210 BWArt. 4:214 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming vereffenaar voor schikkingsovereenkomst in nalatenschap huurovereenkomst

De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 december 2015 een beschikking gegeven aan de door de rechtbank benoemde vereffenaar van de nalatenschap van een overledene. De vereffenaar verzocht om een aanwijzing op grond van artikel 4:210 lid 1 BW Pro om toestemming te verkrijgen voor het aangaan van een schikkingsovereenkomst met Kodiak B.V.

De vordering van Kodiak B.V. betrof huur, rente, boetes en servicekosten uit een huurovereenkomst die liep tot 31 maart 2019, met een oorspronkelijke vordering van €79.667,08. Partijen bereikten een schikking waarbij de vordering werd vastgesteld op €23.000 inclusief BTW, erkend door de vereffenaar en opgenomen in de lijst van schuldeisers zonder bijzondere positie.

Verder werd afgesproken dat de dochter van de erflater, tevens bestuurder van Kodiak B.V., niet aansprakelijk wordt gesteld voor het niet tijdig opzeggen van de huurovereenkomst. Ook werd een claim van haar echtgenoot in de Verenigde Staten ingetrokken als onderdeel van de schikking.

De kantonrechter oordeelde dat er een gegronde reden was voor de aanwijzing, omdat het in het belang van de vereffening was om duidelijkheid te verkrijgen over de omvang van de vordering en andere afspraken. Daarom werd de vereffenaar toestemming gegeven om de schikkingsovereenkomst aan te gaan.

Uitkomst: De kantonrechter verleent toestemming aan de vereffenaar om de schikkingsovereenkomst aan te gaan.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 4567321 UT VERZ 15-19798
Beschikking d.d. 8 december 2015
inzake het verzoek van
mr. J.J.A.M. Tielemans-Buisman,werkzaam bij
Hermans Schuttevaer notarissen,
gevestigd te Utrecht,
verder te noemen verzoeker.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van door de rechtbank benoemde vereffenaar in de nalatenschap van:
[erflater] ,geboren te [geboorteplaats] op [1936] , overleden te [woonplaats] op [2013] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] , verder te noemen erflater.

1.De procedure

Verzoeker heeft bij e-mailbericht van 30 oktober 2015, aangevuld bij e-mailbericht van
3 november 2015, gevraagd om een aanwijzing van de kantonrechter op grond van artikel 4:210 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
Op 12 november 2015 heeft de kantonrechter verzoeker en mr. S. Vermeulen, kantoorgenoot van verzoeker, gesproken over de gevraagde aanwijzing.
Vervolgens is de zaak aangehouden in afwachting van bericht van verzoeker. Op 8 december 2015 is gevraagd om de aanwijzing te geven. De kantonrechter heeft de gevraagde aanwijzing op die datum gegeven en bericht dat de beschikking met de overwegingen volgt.

2.Overwegingen

2.1.
De gevraagde aanwijzing heeft betrekking op de huurovereenkomst die erflater tijdens leven is aangegaan met Kodiak B.V. Deze huurovereenkomst eindigt op 31 maart 2019. Kodiak B.V. heeft de nalatenschap gedagvaard en betaling gevorderd van onder andere huur, rente, boetes en servicekosten. De bij aanvang van de procedure ingediende vordering bedraagt € 79.667,08.
2.2.
Kodiak B.V. en verzoeker hebben over de ingediende vordering een schikking getroffen onder de opschortende voorwaarde dat de kantonrechter hiervoor toestemming verleent. De inhoud van deze schikking staat in het e-mailbericht van 30 oktober 2015. De belangrijkste punten van deze schikking zijn de volgende. De vordering van Kodiak B.V. is begroot op € 23.000,-- inclusief BTW. Deze vordering wordt door verzoeker erkend als bedoeld in artikel 4:214 lid 5 BW Pro en wordt derhalve in de in die bepaling genoemde lijst opgenomen. De vordering verkrijgt geen bijzondere positie bij de vereffening; de wettelijke vereffeningsregels zijn daarop van toepassing. Voorts zal de vereffenaar de dochter van erflater, bestuurder van Kodiak B.V., niet aansprakelijk stellen voor het feit dat zij als executeur de onderhavige huurovereenkomst niet binnen zes maanden na het overlijden van erflater heeft opgezegd. Bij e-mailbericht van 8 december 2015 heeft verzoeker bericht dat de echtgenoot van voormelde dochter van erflater de claim in de Verenigde Staten intrekt. De kantonrechter begrijpt dit zo dat de intrekking van die claim onderdeel uitmaakt van de getroffen schikking.
2.3.
Verzoeker vraagt een aanwijzing van de kantonrechter, inhoudende dat de kantonrechter toestemming verleent om de schikkingsovereenkomst aan te gaan. Volgens verzoeker is de getroffen schikking in het belang van de vereffening van de nalatenschap.
2.4.
Op grond van artikel 4:210 lid 1 BW Pro kan de vereffenaar de kantonrechter verzoeken om een aanwijzing te geven indien er sprake is van een gegronde reden. De gevraagde aanwijzing heeft betrekking op een vordering met een substantiële waarde. Het is in het belang van de vereffening dat vast komt te staan hoe hoog die vordering op de nalatenschap is. Daarover hebben verzoeker en schuldeiser thans overeenstemming bereikt. Bovendien zijn er ook afspraken gemaakt over andere punten dan de hoogte van de vordering. Onder die omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat er sprake is van een gegronde reden om een aanwijzing te geven.
2.5.
De kantonrechter is met verzoeker van oordeel dat het in het belang van de vereffening is om de schikking te treffen. Daarom zal de kantonrechter de gevraagde aanwijzing geven. Dat betekent dat de kantonrechter verzoeker toestemming verleent om de schikkingsovereenkomst aan te gaan.

3.Beslissing

De kantonrechter geeft aan verzoeker de aanwijzing zoals hiervoor onder 2.5. is vermeld.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2015, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. R.H.M. den Ouden.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..