Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Hermans Schuttevaer notarissen,
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 december 2015 een beschikking gegeven aan de door de rechtbank benoemde vereffenaar van de nalatenschap van een overledene. De vereffenaar verzocht om een aanwijzing op grond van artikel 4:210 lid 1 BW Pro om toestemming te verkrijgen voor het aangaan van een schikkingsovereenkomst met Kodiak B.V.
De vordering van Kodiak B.V. betrof huur, rente, boetes en servicekosten uit een huurovereenkomst die liep tot 31 maart 2019, met een oorspronkelijke vordering van €79.667,08. Partijen bereikten een schikking waarbij de vordering werd vastgesteld op €23.000 inclusief BTW, erkend door de vereffenaar en opgenomen in de lijst van schuldeisers zonder bijzondere positie.
Verder werd afgesproken dat de dochter van de erflater, tevens bestuurder van Kodiak B.V., niet aansprakelijk wordt gesteld voor het niet tijdig opzeggen van de huurovereenkomst. Ook werd een claim van haar echtgenoot in de Verenigde Staten ingetrokken als onderdeel van de schikking.
De kantonrechter oordeelde dat er een gegronde reden was voor de aanwijzing, omdat het in het belang van de vereffening was om duidelijkheid te verkrijgen over de omvang van de vordering en andere afspraken. Daarom werd de vereffenaar toestemming gegeven om de schikkingsovereenkomst aan te gaan.
Uitkomst: De kantonrechter verleent toestemming aan de vereffenaar om de schikkingsovereenkomst aan te gaan.