Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verweerster.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden waarbij concurrente schuldeisers 4,56% en preferente schuldeisers het dubbele daarvan zouden ontvangen. Dit akkoord werd door alle schuldeisers behalve verweerster aanvaard. Verzoekster had een medische behandeling voor gebitsproblemen ondergaan waarvoor zij koos voor de duurste variant, ondanks haar problematische schuldenpositie. Verweerster stelde dat verzoekster niet te goeder trouw was omdat zij vooraf wist dat zij de kosten niet kon betalen en de behandeling deels stopzette.
De rechtbank overwoog dat het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord alleen kan worden toegewezen als verweerster redelijkerwijs niet tot weigering kon komen. Nu de schuldenlast hoger is dan bij het aanbod en verzoekers het akkoord niet kunnen nakomen, is het belang van verweerster bij weigering groot. Tevens was verzoekster niet te goeder trouw bij het aangaan en uitvoeren van de overeenkomst, mede omdat zij de behandeling elders liet afmaken zonder overleg.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van verzoekers op een snelle schuldenvrije toekomst niet opweegt tegen het belang van verweerster. Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt daarom afgewezen. Verzoekers zullen bij afzonderlijk vonnis worden beslist over hun verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen wegens niet nakomen van de schulden en niet te goeder trouw handelen van verzoekster.