ECLI:NL:RBMNE:2015:9434
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid vordering wegens ontbreken instemming contractsovername huurovereenkomst en pachtovereenkomst
In deze zaak staat centraal de vraag of eiseres als contractspartij kan worden aangemerkt bij de overgang van een huurovereenkomst en een pachtovereenkomst van een vennootschap onder firma naar een besloten vennootschap. De huurder betwist dat de contractsovername rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, omdat het schriftelijkheidsvereiste van artikel 6:159 BW Pro niet is nageleefd en hij niet heeft ingestemd met de overgang.
De kantonrechter overweegt dat de vennootschap onder firma niet rechtstreeks is ingebracht in de besloten vennootschap B.V., maar dat deze laatstgenoemde vennootschap de VOF met de B.V. heeft ingebracht in eiseres. Hierdoor is het schriftelijkheidsvereiste uiteindelijk wel voldaan voor de contractsovername naar eiseres. Echter, de instemming van de huurder met deze overgang ontbreekt, wat noodzakelijk is voor een geldige contractsovername.
De kantonrechter concludeert dat uit gedragingen van de huurder geen ondubbelzinnige instemming met de contractsovername kan worden afgeleid. Betalingen aan eiseres betekenen niet automatisch instemming. Daarom is eiseres niet als contractspartij aan te merken en wordt zij niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen.
De kantonrechter ziet daardoor geen aanleiding om de inhoudelijke geschilpunten over de gemengde aard van de overeenkomsten, de koopoptie en de looptijd te beoordelen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van de tegenpartij.
Uitkomst: Eiseres wordt niet ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van instemming van de huurder met de contractsovername.