ECLI:NL:RBMNE:2015:9897

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2015
Publicatiedatum
4 september 2018
Zaaknummer
C/16/384290 / KL RK 15-6
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 lid 2 BWWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Goedkeuring van onderhandse verkoop onroerende zaak na executie wegens niet-nakoming betalingsverplichting

Obvion N.V. heeft een verzoek ingediend tot goedkeuring van de onderhandse verkoop van een onroerende zaak, nadat de belanghebbende zijn betalingsverplichtingen uit hoofde van een hypothecaire geldlening niet is nagekomen. De executie is aangezegd en een openbare verkoop was bepaald, maar er zijn onderhandse biedingen ontvangen. De hoogste bieder heeft een koopovereenkomst gesloten onder de opschortende voorwaarde van gerechtelijke goedkeuring.

De belanghebbende is niet verschenen en heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de executie met de juiste formaliteiten is geschied en heeft kennisgenomen van een taxatierapport waarin de marktwaarde en executiewaarde van het pand zijn vastgesteld.

Gezien de getaxeerde executiewaarde en de inhoud van de stukken acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de onderhandse verkoop een hogere opbrengst zal opleveren dan een openbare veiling. Er zijn geen feiten of omstandigheden die aan toewijzing van het verzoek in de weg staan. De verkoop wordt goedgekeurd en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De voorzieningenrechter keurt de onderhandse verkoop van de onroerende zaak goed en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht
handelskamer
locatie Lelystad
zaaknummer / rekestnummer: C/16/384290 / KL RK 15-6
Beschikking van de voorzieningenrechter van 11 maart 2015
in de zaak van
de naamloze vennootschap
OBVION N.V.,
statutair gevestigd te Heerlen,
verzoekster,
advocaat mr. E.C.W. van der Poel te Alkmaar
en
[belanghebbende],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten,
belanghebbende,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna Obvion en [belanghebbende] worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Obvion heeft op 20 januari 2015 een verzoekschrift met producties
ex artikel 3:268 lid 2 BW Pro ter griffie van deze rechtbank ingediend.
1.2.
Bij brief van 23 januari 2015 is Obvion door de griffier van deze rechtbank opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoekschrift op
25 februari 2015.
1.3.
[belanghebbende] is, aangezien zijn woon- en of verblijfplaats (in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens) onbekend is, door middel van een advertentie in
De Telegraaf van 28 januari 2015 opgeroepen voor de mondelinge behandeling. In de advertentie is vermeld dat ter griffie van deze rechtbank een afschrift van het verzoekschrift opgehaald kan worden.
1.4.
Ter mondelinge behandeling zijn verschenen:
  • mr. K. Hollenberg en mr. S. Jansen, kantoorgenoten van mr. Van der Poel voornoemd;
  • de heer en mevrouw [achternaam (van A)] .
1.5.
Ten slotte is de beschikking bepaald op heden.

2.Het verzoek

2.1.
Obvion verzoekt de voorzieningenrechter om voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. bij beschikking te bepalen dat de verkoop van de onroerende zaak staande en gelegen te ( [postcode] ) [woonplaats] aan het adres [adres] , kadastraal bekend gemeente [naam gemeente] , sectie [sectie-aanduiding] , complexaanduiding [complexaanduiding] , appartementsindex [appartementsindex] , uitmakende het éénhonderdvijfendertig / éénduizendste (135/1000e) onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het flatgebouw met ondergrond, erf, tuin en verdere aan- en toebehoren , staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , ten tijde van de splitsing in appartementsrechten kadastraal bekend gemeente [naam gemeente] , sectie [sectie-aanduiding]
nummer [nummeraanduiding] , groot zestien are en vijfentachtig centiare (hierna: de onroerende zaak), onderhands zal geschieden zulks overeenkomstig de bij het verzoekschrift overgelegde koopakte;
II. in het geval de voorzieningenrechter anderszins beschikt, de dag te bepalen waarop de openbare verkoop van genoemde onroerende zaak, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal plaatsvinden.

3.De beoordeling

3.1.
Obvion stelt – verkort en zakelijk weergegeven – dat [belanghebbende] zijn betalingsverplichting niet is nagekomen uit hoofde waarvan de hypothecaire geldleningsovereenkomst volledig opeisbaar is geworden. Gebruikmakend van de aan haar toekomende rechten heeft Obvion bij exploot van 10 december 2014 aan [belanghebbende] de executie aangezegd. De openbare verkoop was bepaald op 16 januari 2015. Nadat openbare verkoop is bepaald zijn er onderhandse biedingen binnengekomen. Het is de bedoeling dat de onroerende zaak wordt verkocht aan de hoogste bieder, de heer [A] voor een bedrag van € 276.276,00. Er is daartoe op 8 januari 2015 een koopovereenkomst gesloten onder de opschortende voorwaarde dat de in art. 3:268 lid 2 BW Pro bedoelde gerechtelijke goedkeuring van deze overeenkomst onvoorwaardelijk zal worden verkregen.
3.2.
[belanghebbende] heeft niet gereageerd op de oproep van de griffier en is niet ter mondelinge behandeling verschenen. Derhalve moet het ervoor worden gehouden dat hij geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek.
3.3.
De voorzieningenrechter heeft aan de hand van het verzoekschrift en de overgelegde producties geconstateerd dat de executie is geschied met inachtneming van de voorgeschreven formaliteiten.
3.4.
Voorts heeft de voorzieningenrechter kennis genomen van het door Obvion overgelegde taxatierapport. Dit rapport is op 20 oktober 2014 opgesteld door
de heer [B] van [naam makelaarskantoor] te [vestigingsplaats] . De marktwaarde van de onroerende zaak, leeg en vrij van huur en gebruik, is bepaald op € 260.000,00. Bij executoriale veiling zal de vermoedelijke opbrengst van de onroerende zaak, leeg en vrij van huur en gebruik, € 180.000,00 bedragen.
3.5.
Gelet op de inhoud van de overgelegde stukken en de getaxeerde executiewaarde is voldoende aannemelijk dat bij openbare verkoop op een veiling geen hogere opbrengst zal worden verkregen dan bij de thans door Obvion beoogde onderhandse verkoop. Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die aan toewijzing van het verzoek tot onderhandse verkoop van de onroerende zaak in de weg staan.
3.6.
Mitsdien wordt als volgt beslist.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
bepaalt dat de verkoop van:
de onroerende zaak staande en gelegen te ( [postcode] ) [woonplaats] aan het adres [adres] , kadastraal bekend gemeente [naam gemeente] , sectie [sectie-aanduiding] , complexaanduiding [complexaanduiding] , appartementsindex [appartementsindex] , uitmakende het éénhonderdvijfendertig / éénduizendste (135/1000e) onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het flatgebouw met ondergrond, erf, tuin en verdere aan- en toebehoren , staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , ten tijde van de splitsing in appartementsrechten kadastraal bekend gemeente [naam gemeente] , sectie [sectie-aanduiding] nummer [nummeraanduiding] , groot zestien are en vijfentachtig centiare,onderhands zal geschieden overeenkomstig de hierbij goedgekeurde koopovereenkomst, waarvan een afschrift aan deze beschikking is gehecht;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Jaarsveld en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2015.