Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 juli 2015
- de akte van [gedaagde] van 9 september 2015
- de antwoordakte van [eiseres] van 4 november 2015
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak tussen twee besloten vennootschappen staat een geschil centraal over de verrekening van minderwerk binnen een aannemingsovereenkomst met een vaste aanneemsom. De rechter bouwt voort op een eerder tussenvonnis waarin reeds is geoordeeld dat minderwerk in mindering mag worden gebracht op de aanneemsom.
Gedaagde heeft het minderwerk begroot op € 9.688,53, gespecificeerd in sloopwerkzaamheden en asbestsanering, onderbouwd met een gedetailleerde bijlage van de projectuitvoerder. Eiseres heeft deze onderbouwing niet weersproken.
De kantonrechter gaat daarom uit van het door gedaagde gestelde bedrag en constateert dat eiseres € 9.688,53 te veel heeft gevorderd. Dit leidt tot afwijzing van de gehele vordering van eiseres. Daarnaast wordt eiseres veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagde, begroot op € 750,00.
Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van € 750,00.