ECLI:NL:RBMNE:2015:9905
Rechtbank Midden-Nederland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid en bewijslevering in civiele procedure over selectieve betaling
In deze civiele procedure vorderen eisers dat de bestuurder en aandeelhouder van de ontbonden vennootschap persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld voor veroordelingen uit een verstekvonnis en een kort geding vonnis. Daarnaast vorderen zij kostenveroordelingen.
In een incidentele procedure vorderen eisers dat de bestuurder bepaalde financiële documenten overlegt, waaronder verlies- en winstrekeningen en vennootschapsbelastingaanslagen over meerdere jaren, op grond van artikel 843a Rv. De bestuurder voert verweer dat hij niet beschikt over de gevraagde stukken, dat er geen rechtmatig belang is en dat de stukken onvoldoende zijn bepaald.
De rechtbank oordeelt dat de voorwaardelijke incidentele vordering pas beoordeeld kan worden indien vaststaat dat op eisers bewijslast rust. Aangezien de hoofdzaak nog niet in staat van wijzen is en de procedure nog niet is afgerond, wordt de beslissing op de incidentele vordering aangehouden.
De rechtbank bepaalt dat de hoofdzaak zal worden voortgezet met een conclusie van dupliek van de bestuurder op 13 mei 2015. De uitspraak in het incident is gewezen door rechter H. Manuel en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2015.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan over de voorwaardelijke incidentele vordering tot overleg van financiële stukken totdat duidelijk is of eisers bewijslast dragen.