Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoek ter griffie ingekomen op 5 juni 2015;
- de aanvulling van het verzoek ter griffie ingekomen op 2 september 2015.
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter heeft het verzoek van de bewindvoerder om de beloning vast te stellen op het hogere tarief ex artikel 3, tweede lid, sub b, van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren beoordeeld. De bewindvoerder stelde dat er sprake was van problematische schulden omdat de schulden onoplosbaar zijn en het inkomen van de rechthebbende uitsluitend uit studiefinanciering bestaat, die niet voor schuldenaflossing gebruikt mag worden.
Uit het schuldenoverzicht bleek dat de rechthebbende slechts twee incasseerbare schulden heeft ter waarde van € 2.141,-- en een niet-incasseerbare schuld bij DUO. De banktegoeden waren nihil en de schulden konden niet worden verhaald vanwege de beslagvrije voet. De kantonrechter oordeelde dat gezien het geringe aantal schuldeisers, de lage schuldenlast en het feit dat schulden niet verhaald kunnen worden, er geen sprake is van problematische schulden.
De bewindvoerder kreeg de gelegenheid om te reageren op het voornemen van afwijzing, maar maakte hier geen gebruik van. De kantonrechter wees daarom het verzoek af en gaf aan dat tegen deze beslissing binnen drie maanden hoger beroep mogelijk is bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling hogere beloning bewindvoerder wordt afgewezen wegens geen problematische schulden.