Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] en verdachte) kwamen toen met een aantal dames in een busje. [22]
- het gegeven dat de geldbedragen op verschillende plaatsen in en bij de woning werden verborgen;
- de wijze van verpakken van de geldbedragen;
- het gegeven dat verdachte heeft geholpen met het knippen van hennep in een hennepkwekerij terwijl het vertrekpunt telkens het woonwagenkamp was waar zijn schoonzoon [medeverdachte 1] woont;
- het gegeven dat verdachte heeft gesteld te moeten rondkomen van een uitkering.
- op 26 april 2010 is een bedrag van € 18.279,00 bijgeschreven onder vermelding van “gemeente Haarlem vergoeding verplaatsingskosten”;
- op 17 juni 2010 is een bedrag van € 8.474,00 bijgeschreven onder vermelding van “gem Haarlem 2e verg. verplaatsingskstn”;
- in de periode van april 2010 tot en met juli 2010 hebben contante geldopnamen plaatsgevonden. Het totaal contant opgenomen geldbedrag is € 20.600,00.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- Wetboek van Strafrecht: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 48, 57, 420bis;
- Opiumwet: 11;
- Wet wapens en munitie: 55;
11.Beslissing
180 dagen.
162 dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
120 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.