ECLI:NL:RBMNE:2016:1459
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet curator tegen faillietverklaring en beoordeling van belanghebbendheid
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzet van de curator tegen de faillietverklaring van Wrm B.V., waarbij werd betwist of de rechtbank bevoegd was en of de curator als belanghebbende in de zin van artikel 10 Fw Pro kon worden aangemerkt.
De curator stelde dat de rechtbank onbevoegd was omdat de statutaire zetel van gefailleerde in Vianen Noord-Brabant ligt, en dat zij belanghebbende is omdat zij mogelijk haar kosten niet vergoed krijgt. Geopposeerden voerden onder meer aan dat het verzet niet tijdig was ingediend en dat de curator geen belanghebbende was.
De rechtbank oordeelde dat het verzet tijdig was ingediend, maar dat de curator geen belanghebbende is in de zin van artikel 10 Fw Pro omdat de gemaakte kosten geen vergeefse kosten zijn en het faillissement niet vernietigd moet worden vanwege relatieve onbevoegdheid. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uit proceseconomische overwegingen werd de curator ontslagen en werd het faillissement overgedragen aan de rechtbank Gelderland, met benoeming van een nieuwe curator en rechter-commissaris. De rechtbank Midden-Nederland blijft verantwoordelijk voor publicatie van het vonnis.
Uitkomst: De curator wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet en het faillissement wordt overgedragen aan de rechtbank Gelderland met benoeming van een nieuwe curator.