Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoeker],
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een nog niet inhoudelijk behandelde hoofdzaak. Hij stelde dat het openbaar ministerie niet verplicht was het ijkrapport toe te voegen en dat de kantonrechter dit niet zou opvragen uit gemakzucht.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij onpartijdigheid van de rechter centraal staat. Er werd benadrukt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Het verzoek was niet gemotiveerd en richtte zich niet op een specifieke rechter, terwijl de zaak nog niet inhoudelijk was behandeld.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tevens oordeelde de rechtbank dat het herhaaldelijk indienen van wrakingsverzoeken voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling de voortgang van de hoofdzaak ernstig belemmert en als misbruik van het wrakingsmiddel geldt. Daarom worden toekomstige verzoeken van verzoeker die eerder dan de inhoudelijke behandeling worden ingediend niet in behandeling genomen.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en toekomstige verzoeken vóór inhoudelijke behandeling niet in behandeling genomen wegens misbruik.