ECLI:NL:RBMNE:2016:1525
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening sluiting woning wegens hennepkwekerij
Op 13 oktober 2015 werd in een woning een hennepkwekerij aangetroffen, waarna de burgemeester van Hilversum op 29 januari 2016 besloot de woning voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoeker, eigenaar van de woning, maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 8 maart 2016 werd onder meer besproken dat verzoeker de woning opnieuw had verhuurd, maar verweerder betwistte het bestaan van een geldige huurovereenkomst en stelde dat het zegel op de woning was verbroken. Verzoeker stelde dat het sluiten van de woning financiële schade en reputatieschade zou veroorzaken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de woning daadwerkelijk bewoond werd door de vermeende huurders en dat er geen sprake was van een acuut financieel belang. Ook werd het beroep op spoedeisendheid afgewezen omdat de bezwaarprocedure nog liep en er geen zelfstandig spoedeisend belang bestond.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse op 22 maart 2016.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot schorsing van de sluiting van de woning wegens hennepkwekerij is afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.