Uitspraak
- blad 40, perceelnummer [nummer] , inschrijving 1a
- blad 42, perceelnummer [nummer] , inschrijving 1a
- blad 44, perceelnummer [nummer] , inschrijving 1a
- dagvaardingen van 5 juli en 17 augustus 2012, met producties 1-7
- akte vermeerdering en wijziging van eis van de vrouw van 20 februari 2013, met productie 8
- conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie van de man, [gedaagde sub 2] , de broer en de neef van 20 februari 2013, met producties 1-58
- vonnis van 6 maart 2013
- brief van 30 mei 2013 van mr. Kashyap (voor de vrouw) met producties 9-18 ten behoeve van de comparitie
- brief van 3 juni 2013 van mr. Oostlander (voor de man) met producties 52-59 ten behoeve van de comparitie
- brief van 10 juni 2013 van mr. Kashyap (voor de vrouw) met productie 20 ten behoeve van de comparitie
- akte vermeerdering van eis van de vrouw van 17 juni 2013, met productie 19
- proces-verbaal van comparitie van 17 juni 2013
- brief van 23 juli 2013 van mr. Kashyap (voor de vrouw) met opmerkingen naar aanleiding van proces-verbaal van comparitie
- vonnis van 20 november 2013
- akte van de vrouw van 29 januari 2014, met bijlagen 1-6
- akte van de man van 29 januari 2014, met producties 59-71A
- akte (wijziging/intrekking van eis) van [gedaagde sub 2] , de broer en de neef van 29 januari 2014
- antwoordakte, tevens wijziging van eis, van de vrouw van 26 februari 2014, met bijlagen 7-11
- antwoordakte van de man van 26 februari 2014, met producties 72-88
- conclusie verweer tegen eiswijziging van de man van 2 april 2014
- vonnis van 16 juli 2014
- akte van de man van 13 augustus 2014, met producties 89-111
- vonnis van 15 oktober 2014
- deskundigenbericht Oosterling van 20 februari 2015
- deskundigenbericht Briggeman van 27 mei 2015
- rolbeslissing van 15 juli 2015
- beslissing en bevelschrift inzake kosten deskundigen van 2 september 2015
- akte na deskundigenberichten c.a., tevens wijziging van eis, van de vrouw van 3 november 2015, met producties 21-31
- conclusie na deskundigenbericht van de man van 3 november 2015, met producties 111-120
- brief van 19 oktober 2015 van mr. Huijben (voor de broer) met producties 1-4 ten behoeve van de comparitie
- akte eis in reconventie tevens uitlating deskundigenbericht van de neef van 3 november 2015, met producties 1-10
- producties 32-36 van de vrouw ten behoeve van de comparitie
- antwoordakte wijziging en vermeerdering van eis van de man van 3 november 2015, met producties 121-133
- proces-verbaal van comparitie van 3 november 2015
- brieven van mr. Kappé van 2 december 2015 (voor de man) en van Mr. Kashyap van 9 december 2015 (voor de vrouw), beide naar aanleiding van voormeld proces-verbaal, en de reactie van mr. Kappé van 22 december 2015 op de brief van mr. Kashyap van 9 december 2015.
- 2.1.De brieven van mr. Kappé van 2 december 2015 en van mr. Kashyap van 9 december 2015 geven uitgebreider dan het proces-verbaal weer wat ter comparitie door of namens de man respectievelijk de vrouw is aangevoerd. Deze brieven worden aan het proces-verbaal gehecht en maken hiermee deel uit van de processtukken. In zijn brief van 22 december 2015 stelt mr. Kappé dat in tegenstelling tot wat mr. Kashyap in haar brief van 9 december 2015 schreef, de man niet weigerachtig was of is om de door de onderzoeker mr. Borrius gevraagde documenten, aan deze te verschaffen. Mr. Kappé stelt niet dat hij of de man dit standpunt ook al ter comparitie heeft verwoord, en de rechtbank kan dit in haar aantekeningen niet terugvinden (in het proces-verbaal van de comparitie is het niet vermeld, en mr. Kappé heeft het evenmin genoemd in zijn brief van 2 december 2015). De kwestie is echter niet relevant voor enige in dit vonnis te nemen beslissing, zodat deze verder in het midden kan blijven.
- 2.2.Sedert het tussenvonnis van 20 november 2013 hebben partijen hun eisen gewijzigd, vermeerderd en/of verminderd (ingetrokken). Deze luiden thans als volgt.
- 2.3.De vrouw vordert na eiswijzigingen, samengevat:
- veroordeling van de vrouw tot bekrachtiging van de eerdere levering door de man aan de neef van het pand [adres 3] , met bepaling dat het te wijzen vonnis voor die bekrachtiging in de plaats treedt;
- bepaling dat de vrouw de koopsom die de neef voor het pand [adres 3] heeft betaald (volgens de man € 465.733,20) en overige kosten die de neef voor het pand [adres 3] heeft gemaakt, voor de helft voor haar rekening neemt.
- een koopovereenkomst met betrekking tot drie appartementen tussen hemzelf als verkoper en de broer als koper, gedateerd 19 september 2002, met een betaalschema dat loopt over 2002-2003;
- een schriftelijke verklaring van de broer, waarin deze beschrijft dat hij in 2002-2003 drie appartementen heeft gekocht in het gebied [adres 4] , waarvan hij de sleutels ontving in november 2003;
- diverse facturen voor nutsvoorzieningen, gericht aan de broer, op de adressen [adres 4]
- een schriftelijke verklaring van de heer [E] , makelaar, die beschrijft dat de man de administrative buyer is voor de broer met betrekking eigendommen aan het adres [adres 4] , Spanje, en dat hijzelf sinds 2005 sleutelhouder voor de broer is met betrekking tot deze appartementen;
- diverse betalingsbewijzen, ter zake van overboekingen van de onderneming van de broer en (onbekende) derden, aan de man, uit 2002-2003.
- 2.21.Tussen partijen is niet in debat dat de appartementen D-F in 2002 nog niet waren gebouwd. Uit de door de vrouw overgelegde kadasterinschrijving blijkt dat de splitsing in appartementsrechten in 2005 heeft plaatsgevonden. Verder blijkt uit de kadasterstukken dat sprake is van herverkaveling.
- 2.22.De vrouw stelt diverse inconsistenties te zien in de door de man aangedragen bewijsstukken. Voor zover de koopovereenkomst van 19 september 2002 al werkelijk destijds mocht zijn gesloten en betrekking heeft op werkelijke appartementen, zijn dit volgens haar andere appartementen dan de appartementen D-F. Zij voert hiertoe het volgende aan:
- De Spaanse advocaat van de broer heeft verklaard dat de broer zijn betalingen voor de appartementen heeft gedaan vanuit zijn privérekening, terwijl dat niet uit de betalingsbewijzen blijkt (uit de meeste betalingsbewijzen blijkt van betalingen door de onderneming van de broer, [F] , aan de man);
- De Spaanse advocaat van de broer heeft verklaard dat hij namens de broer aktes heeft ondertekend en dat de broer zelf naar Spanje is gekomen om de aktes te bekrachtigen, terwijl uit de door de vrouw overgelegde inschrijvingen blijkt dat de aktes zijn ondertekend door de man, en niet door de advocaat van de broer.
- 2.23.De rechtbank overweegt hierover als volgt. Ad a. Er zijn inderdaad discrepanties tussen de omschrijving in het kadaster van de appartementen D-F en de omschrijving van de appartementen die voorwerp vormen van de koopovereenkomst. Toch kan hieruit niet zonder meer worden afgeleid dat het niet om dezelfde appartementen gaat, gegeven dat in de kadasterinformatie wordt gesproken over herverkaveling, en dat het in 2002 nog om een bouwproject ging, en de appartementen pas in 2005 (na het sluiten van de koopovereenkomst) zijn gesplitst. De vrouw is daarop niet ingegaan, zij heeft niets aangevoerd waaruit zou kunnen volgen dat de huidige identificatie van de appartementen D-F in het kadaster niet herleidbaar is tot de koopovereenkomst en/of de adressering van de door de man overgelegde rekeningen voor nutsvoorzieningen en/of de door [E] genoemde adressen. Ad b. De man heeft inderdaad betalingsbewijzen overgelegd voor in totaal een veel groter bedrag dan de koopovereenkomst vermeldt. Dat neemt niet weg dat de man aannemelijk heeft gemaakt dat een deel van de betalingen in relatie staat tot de koopovereenkomst: het betaalschema uit de koopovereenkomst en de betalingen overlappen voor een belangrijk deel in tijd, en verder heeft de man drie bewijzen overgelegd van betalingen van € 43.273,50, exact het termijnbedrag dat volgens de koopovereenkomst een aantal maal moest worden betaald. [F] , de rechtspersoon die een groot deel van de betalingen heeft verricht, is een onderneming van de broer. De enkele omstandigheid dat de onderneming van de broer betalingen heeft verricht, weerspreekt niet dat deze betalingen zijn verricht ter nakoming van een betalingsverplichting van de broer zelf. Ad c. De enkele omstandigheid dat de Spaanse advocaat van de broer heeft verklaard dat de broer de betalingen onder de koopovereenkomst van zijn privérekening heeft gedaan, terwijl de man ten bewijze van ontvangst van de koopprijs beroep doet op betalingen door de onderneming van de broer, en betalingen met onbekende herkomst, bewijst naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat de koopovereenkomst geen betrekking heeft op de appartementen D-F. Toegegeven moet worden dat de man voor deze discrepantie geen verklaring heeft gegeven, maar dat betekent niet dat die verklaring er niet is: bijvoorbeeld een misverstand aan de zijde van de Spaanse advocaat/de broer. De rechtbank oordeelt deze discrepantie van onvoldoende gewicht om te oordelen dat de vrouw het bewijs heeft geleverd, tegenover de door de man overgelegde stukken en verklaringen, dat de appartementen D-F op de peildatum nog tot de (ontbonden) huwelijksgoederengemeenschap behoorden. Ad d. Er is geen discrepantie tussen de verklaring van de Spaanse advocaat wat betreft de ondertekening en bekrachtiging van aktes, en de door de vrouw overgelegde kadasterinschrijvingen. Die kadasterinschrijvingen dateren van 25 mei 2013, terwijl de advocaat van de broer het heeft over ondertekening en bekrachtiging van aktes na die datum.
- 2.24.Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat de stelling van de vrouw dat de appartementen D-F op de peildatum nog tot de (ontbonden) huwelijksgoederengemeenschap behoorden, genoegzaam is ontzenuwd door de door de man overgelegde stukken en verklaringen. Hij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat vóór de peildatum de appartementen aan de broer zijn verkocht en geleverd (wat dit laatste betreft: de verklaring van de broer dat hij in november 2003 de sleutels heeft gekregen).
- 2.25.Het voorgaande betekent dat de vorderingen van de vrouw tot verdeling van de appartementen D-F, en tot veroordeling van de man tot vergoeding van de (gehele) waarde ervan, zullen worden afgewezen.
- € 73.966,20 in verband met zijn aankoop van de aandelen [gedaagde sub 2] in 2008: betaalde koopprijs + kosten van overdracht. Volgens de neef vloeit uit het oordeel van de rechtbank in de onderhavige procedure (in het tussenvonnis van 20 november 2013) dat de man destijds niet zelfstandig bevoegd was om over deze aandelen te beschikken en dat daarom deze overdracht nietig was, voort dat de koopovereenkomst nietig is, en hij genoemd bedrag daarom onverschuldigd heeft betaald.
- € 465.733,20 in verband met zijn aankoop van het pand [adres 3] in 2009: betaalde koopprijs + lening (ten behoeve van aflossing van de hypothecaire lening die op het pand zat). Ook dit bedrag stelt de neef, om dezelfde reden als hiervoor is weergegeven, onverschuldigd te hebben betaald.
- € 126.162,49 in verband met kosten die hij heeft gemaakt ten behoeve van het pand [adres 3] . Ook deze kosten stelt de neef onverschuldigd te hebben betaald.