AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor bezit van diverse harddrugs en verboden wapens met deels voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 april 2016 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit van diverse harddrugs en verboden wapens. De feiten betreffen meerdere periodes in 2015, waarbij verdachte onder meer MDMA, amfetamine, GHB, methadon, een stroomstootwapen en een busje traangas bij zich had.
De rechtbank oordeelde dat de aanhouding en doorzoeking rechtmatig waren, ondanks bezwaren van de verdediging over onrechtmatige aanhouding en doorzoeking. Het bewijs bestond uit bekennende verklaringen, forensisch onderzoek en proces-verbalen. Ten aanzien van een deel van de pillen werd een gedeeltelijke vrijspraak gegeven omdat niet alle pillen MDMA bevatten.
De strafoplegging hield rekening met het langdurig middelengebruik en de psychosociale problematiek van verdachte, zoals geadviseerd door de reclassering. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 360 dagen, waarvan 260 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht, urinecontroles en behandeling in een verslavingskliniek. Het onvoorwaardelijke deel is beperkt tot 100 dagen om opname in een kliniek mogelijk te maken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 360 dagen gevangenisstraf, waarvan 260 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden gericht op behandeling en reclassering.
Voetnoten
1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0900-2015232384 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 maart 2016.
3.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 7.
4.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 8.
5.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 15.
6.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 32.
7.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 33.
8.Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een rapport van het Nederlands forensisch Instituut van 28 augustus 2015, pagina 37.
9.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 40.
10.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 41.
11.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0900-2015113565 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
12.Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 maart 2016.
13.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 14.
14.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 7.
15.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 14.
16.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 15.
17.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 18.
18.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 19; proces-verbaal van bevindingen, pagina 10.
19.Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een rapport van het Nederlands forensisch Instituut van 2 juni 2015, pagina 42.
20.Geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een tweetal rapporten van het Nederlands forensisch Instituut van 2 juni 2015, respectievelijk pagina 42 en 44.