ECLI:NL:RBMNE:2016:2106
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsuitsluiting wegens onrechtmatig gebruik peilbaken bij poging tot inbraak
Verdachte werd verdacht van poging tot inbraak in een woning in Hilversum, waarbij hij samen met anderen zou hebben geprobeerd toegang te verschaffen tot een besloten erf met behulp van inbrekerswerktuigen. Tijdens het onderzoek werd een peilbaken geplaatst op de auto van verdachte om zijn bewegingen te volgen. Dit peilbaken werd ingezet zonder het vereiste bevel op grond van artikel 126g Wetboek van Strafvordering, terwijl er nog geen redelijk vermoeden van schuld bestond.
De verdediging voerde aan dat het gebruik van het peilbaken onrechtmatig was en dat dit vormverzuim bewijsuitsluiting moest opleveren. De officier van justitie betwistte dit en stelde dat de observatie niet stelselmatig was en dat het peilbaken slechts live gegevens doorgaf zonder te loggen.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van het peilbaken een ernstige inbreuk op het recht op privacy vormde en dat het ontbreken van een bevel een vormverzuim was dat niet incidenteel maar structureel was. Hierdoor was het verkregen bewijs onrechtmatig en moest het worden uitgesloten. Zonder dit bewijs was onvoldoende wettig bewijs om verdachte te veroordelen, waardoor hij vrijgesproken werd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting door onrechtmatig gebruik van peilbaken zonder vereiste toestemming.