Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2016.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op bezwaar tegen de weigering van een exploitatievergunning voor een seksinrichting. Nadat het bezwaar in 2014 ongegrond was verklaard, trok verweerder het besluit in en werd opdracht gegeven opnieuw te beslissen na afronding van onderzoeken en een hoorzitting.
Ondanks toezeggingen om voor 1 april 2016 te beslissen, heeft verweerder dit niet gedaan. Eiseres stelde verweerder op 1 april 2016 in gebreke en na het verstrijken van twee weken werd beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling niet onredelijk was en dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.
De rechtbank legt een dwangsom van €370,- vast voor de reeds verstreken periode en bepaalt dat verweerder binnen tien dagen na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding daarna geldt een dwangsom van €250,- met een maximum van €37.500,-. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een dwangsom op en draagt verweerder op binnen tien dagen alsnog een besluit te nemen.