ECLI:NL:RBMNE:2016:2570
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanwijzing verkoop woning nalatenschap wegens ontbreken gegronde reden
De vereffenaar van de nalatenschap van de overledene verzocht de kantonrechter op grond van artikel 4:210 lid 1 BW Pro om een aanwijzing te geven voor de verkoop van een woning aan een vastgesteld bedrag van €130.000,-. Hierbij werd een taxatierapport overgelegd waaruit een marktwaarde van €132.500,- bleek.
De vereffenaar stelde dat de verkoop grote financiële gevolgen zou hebben voor de nalatenschap, omdat de opbrengst hoofdzakelijk zou worden gebruikt voor de voldoening van de hypotheekschuld, waarna geen baten meer zouden overblijven. Dit zou een gegronde reden vormen voor het verzoek om een aanwijzing.
De kantonrechter oordeelde echter dat het gelde maken van onroerend goed tot de gebruikelijke taken van een vereffenaar behoort en dat het feit dat het actief van de nalatenschap hoofdzakelijk uit één onroerende zaak bestaat, geen gegronde reden oplevert voor een aanwijzing. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De beschikking werd op 10 mei 2016 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter M.H.F. van Vugt. Tegen deze beslissing staat binnen drie maanden hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Verzoek om aanwijzing voor verkoop woning nalatenschap wordt afgewezen wegens ontbreken van gegronde reden.