Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
200,00(2 punten x tarief € 100,00)
Rechtbank Midden-Nederland
Q-Park vordert betaling van een boete en parkeergelden van [gedaagde] wegens het zogenoemde 'treintje rijden' in haar parkeergarage La Vie te Utrecht, waarbij op drie data zonder betaling de garage werd verlaten. [gedaagde] betwist dat hij zelf de bestuurder was en voert aan dat hij zijn auto regelmatig uitleent en mogelijk sprake is van kentekendiefstal.
De kantonrechter acht het vermoeden dat [gedaagde] bestuurder was onvoldoende weerlegd, mede omdat hij geen aangifte van kentekendiefstal heeft gedaan en onvoldoende onderbouwing heeft gegeven voor zijn stellingen. Vaststaat dat sprake is van een consumentenovereenkomst waarop de algemene voorwaarden van Q-Park van toepassing zijn.
De rechter beoordeelt het boetebeding van €1.000 op grond van de Richtlijn oneerlijke bedingen en artikel 6:233 BW Pro. Gelet op de schadeposten, waaronder investeringen in detectiesystemen, administratieve kosten, misgelopen inkomsten en gevaarzetting, is de boete proportioneel en een redelijke prikkel tot nakoming. De vordering tot betaling van de boete en parkeergelden wordt toegewezen, maar de incassokosten worden afgewezen wegens niet-naleving van de aanmaningsvereisten.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €1.170 aan boetes en parkeergelden, met rente, en wijst de incassokosten af.