ECLI:NL:RBMNE:2016:2634
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning uitbreiding woning met toepassing binnenplanse afwijkingsbevoegdheid
Bij besluit van 27 oktober 2014 verleende het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor de uitbreiding van een woning en de kap van twee eiken op een perceel met bestemming 'Tuin', 'Wonen' en 'Waarde-Beschermd dorpsgezicht'. Eisers maakten bezwaar tegen de vergunning voor de uitbreiding van de woning en stelden dat onvoldoende rekening was gehouden met hun belangen, waaronder bezonning en uitzicht.
De rechtbank oordeelt dat de uitbreiding in strijd is met het bestemmingsplan voor het deel gelegen op de bestemming 'Tuin', maar dat het college bevoegd was om op grond van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid een vergunning te verlenen. De rechtbank stelt vast dat het college zich terecht heeft gebaseerd op het positieve advies van de welstandscommissie, dat het bouwplan voldoet aan de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn en dat de cultuurhistorische waarde van het beschermde dorpsgezicht niet onevenredig wordt aangetast.
Het bezwaar dat het bezonningsonderzoek niet volledig of onafhankelijk zou zijn, wordt door de rechtbank verworpen. Er is geen recht op behoud van vrij uitzicht en de schaduwwerking wordt als gering beoordeeld. Ook de klacht over gebrekkige communicatie leidt niet tot vernietiging van het besluit. De rechtbank concludeert dat het college in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning bevestigd.