ECLI:NL:RBMNE:2016:2698
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. van der Brug
- A. Muller
- Rechtspraak.nl
Beslissing rechter-commissaris over geheimhoudersstukken bij inbeslagname in cel verdachte
Op 14 april 2016 zijn in de cel van verdachte schriftelijke bescheiden in beslag genomen door de rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam. De raadsman stelde dat deze stukken geheimhoudersstukken zijn, behorend tot de vertrouwelijke communicatie tussen advocaat en cliënt. Na overleg met de portefeuillehouder strafrecht van de orde van advocaten en inzage in de stukken, werd een onderscheid gemaakt tussen stukken die wel en niet als geheimhoudersstuk werden aangemerkt.
De rechter-commissaris heeft alle stukken beoordeeld en geoordeeld dat geen enkel stuk daadwerkelijk aan de geheimhouder (advocaat) was toevertrouwd. De stukken bevatten vragen en antwoorden van verdachte, waaronder de aanduiding 'Voorbereiding verhoor', maar waren niet specifiek bestemd voor overleg met de advocaat. Ook het argument dat verdachte door beperkingen nog niet met zijn advocaat kon overleggen werd verworpen, omdat contact met de advocaat wel was toegestaan.
Hierdoor concludeerde de rechter-commissaris dat het standpunt van de advocaat dat het om geheimhoudersstukken ging, zonder redelijke twijfel onjuist was. Het beslag op de stukken blijft daarom gehandhaafd. De stukken worden bewaard op het kabinet van de rechter-commissaris en mogen niet verder worden ingezien totdat een definitieve beslissing is genomen. Tegen deze beslissing kan binnen veertien dagen beklag worden ingediend.
Uitkomst: Het beslag op de in de cel van verdachte in beslag genomen stukken wordt gehandhaafd omdat deze geen geheimhoudersstukken zijn.