ECLI:NL:RBMNE:2016:2955
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op putatief noodweer bij zware mishandeling
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van poging tot doodslag en zware mishandeling van benadeelde in Almere in de periode van 31 juli tot 1 augustus 2015.
De rechtbank stelde vast dat onvoldoende bewijs bestond voor poging tot doodslag, maar dat verdachte wel wettig en overtuigend bewezen zwaar lichamelijk letsel had toegebracht door een vuistslag, waardoor benadeelde een gebroken oogkas, fractuur achterhoofd en gekneusde kaak opliep. De verdediging voerde aan dat het letsel mogelijk door een getuige was veroorzaakt, maar dit werd verworpen.
De kern van de zaak betrof de strafbaarheid van het handelen van verdachte. Uit het dossier bleek dat verdachte kort tevoren door benadeelde met een mes was gestoken. Verdachte gaf als reactie een vuistslag nadat benadeelde hem achtervolgde en een hand op zijn schouder legde. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een daadwerkelijke noodweersituatie, maar wel van putatief noodweer omdat verdachte redelijkerwijs mocht menen dat hij zich moest verdedigen tegen een dreigend messteek.
Daarom werd het beroep op putatief noodweer gegrond verklaard, waardoor verdachte niet strafbaar was en ontslagen werd van alle rechtsvervolging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de civiele rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op putatief noodweer.