ECLI:NL:RBMNE:2016:2966
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging bijzondere voorwaarden na overtreding voorwaardelijke straf met ISD-traject
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 4 maart 2016 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd bij vonnis van 6 december 2010. De veroordeelde had de bijzondere voorwaarden van zijn proeftijd overtreden, waaronder onvoldoende medewerking aan urinecontroles en weigering van klinische verslavingsbehandeling.
Tijdens de zitting verklaarde de veroordeelde dat hij inmiddels een ISD-maatregel had doorlopen en afgekickt was van harddrugs, hoewel hij nog regelmatig blowt. Hij is onder behandeling bij een psychiater en wil geen klinische behandeling meer ondergaan. De officier van justitie wijzigde zijn vordering tot aanpassing van de bijzondere voorwaarden, waarbij alleen reclasseringscontact en urinecontroles verplicht blijven.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde op de goede weg is en dat een klinische behandeling niet langer noodzakelijk is. De bijzondere voorwaarden werden daarom gewijzigd conform het gewijzigde verzoek, waarbij begeleiding en controle door de reclassering gehandhaafd blijven. De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf werd afgewezen.
De rechtbank benadrukte dat het traject met vallen en opstaan verloopt en dat controle en begeleiding noodzakelijk blijven gezien de voorgeschiedenis en verslaving van de veroordeelde. De beslissing is genomen met inachtneming van artikel 14f van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de bijzondere voorwaarden en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af.