Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
[eiseres sub 2],
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 september 2014,
- de akte van [eisers] (met producties 19 tot en met 21) van 1 april 2015,
- de antwoordakte van [gedaagden] (met producties 7 tot en met 12) van 20 mei 2015,
- de akte van [eisers] (met productie 22) van 2 september 2015,
- de antwoordakte uitlaat productie van [gedaagden] van 16 september 2015,
- de akte inbreng productie (13) van [gedaagden] van 3 november 2015,
- de akte inbreng producties (23 tot en met 26) van [eisers] van 3 november 2015,
- het pleidooi op 3 november 2015,
- de pleitnotitie van [gedaagden] ,
- de pleitnotitie van [eisers]
2.De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
consequenties van de hertaxatie van het onroerend goed
vader, rechtbank] voorbehouden, wordt genoten, respectievelijk gedragen door iedere vennoot in verhouding tot diens gerechtigdheid tot de laatste jaarwinst, indien het bedrijf der maatschap wordt voortgezet en door iedere vennoot voor de helft indien het bedrijf der maatschap wordt geliquideerd.
vader, rechtbank] eventueel vermeerderd met het bedrag van de in artikel 7 lid 1 bedoelde Pro stille reserves tot maximaal de aldaar genoemde bedragen en verminderd met zijn nog niet verrekend aandeel in verliezen.
de helftvan de onroerende zaken van de maatschap behoorde en dat de andere helft aan [gedaagde sub 2] toebehoort. Naar het zich op dit moment laat aanzien, lijkt er sprake te zijn van een eerdere gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte, eindbeslissing die berust op een onjuiste juridische grondslag die in dat geval zou leiden tot een einduitspraak waarvan de rechtbank op dit moment niet overtuigd is dat deze deugdelijk zou zijn.
3.De beslissing
woensdag 6 juli 2016voor uitlating door
woensdag 6 juli 2016voor het nemen van een antwoordakte hierover door [gedaagden] ,