Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 mei 2016 met 14 producties,
- de brief van 26 mei 2016 van FC Twente met producties 15 tot en met 18,
- de mondelinge behandeling op 27 mei 2016,
- de pleitnota van FC Twente,
- de pleitnota van de KNVB.
2.De feiten
- Uitsluiting van Europees voetbal voor of binnen een periode van maximaal 3 jaar;
- Het (tijdig) opvolgen van de aanbevelingen uit het rapport van een nog in te stellen onderzoek in lijn met hetgeen de gemeente Enschede van ons verlangt als onderdeel van de door FC Twente getekende Heads of Agreement onder punt 15.”
FC Twente) en Doyen Sports Investments Limited (hierna:
Doyen) gesloten overeenkomst, gedateerd op 25 februari 2014 en getiteld:
“Economic Rights Participation Agreement”(hierna:
Overeenkomst) zijn voor de licentiecommissie aanleiding geweest voor beraad. In vervolg op het gesprek met u op 10 december 2015 zet zij in deze brief uiteen welke stappen zijn ondernomen (I), welke feiten hierbij van belang zijn (II), tot welke overwegingen dit heeft geleid (III) en welke conclusies en besluiten de licentiecommissie aan een en ander verbindt (IV).
iii) De kwesties [J] , [K] en [M]
3.Het geschil
- a) de KNVB te verbieden de Eredivisie licentie van FC Twente in te trekken;
- b) althans de KNVB te veroordelen tot naleving van het besluit van 15 december 2015 voor zover het betreft het behoud van de Eredivisie licentie aangezien door FC Twente is voldaan aan de in het besluit genoemde voorwaarden en de aanvullende voorwaarde zoals geformuleerd in de aan [I] verstrekte onderzoeksopdracht;
- c) althans de KNVB te verbieden tot (de uitvoering en/of het nemen van een besluit dat leidt tot) intrekking van de Eredivisie licentie van FC Twente dan wel de KNVB te verbieden tot (de uitvoering en/of het nemen van een besluit dat leidt tot) intrekking van de Eredivisie licentie van FC Twente, voor zover nodig totdat in een door FC Twente aanhangig te maken bodemprocedure de rechter definitief een bindend oordeel met gezag van gewijsde heeft gegeven over de gegrondheid van intrekking van de licentie van FC Twente;
- d) alsmede het onder a, b en c gevorderde op straffe van een door de KNVB te verbeuren dwangsom van € 1.000.000,- dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de KNVB hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft;
- e) alsmede de KNVB te veroordelen in de kosten van dit geding, daaronder begrepen de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf acht dagen na de datum van het vonnis.
4.De beoordeling
Ontvankelijkheid
816,00