Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 mei 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de algemene rijksarchivaris, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op grond van artikel 14 van Pro de Archiefwet 1995 (Aw) zijn de archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten, behoudens het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17, openbaar. Ieder is, behoudens de beperkingen die voortvloeien uit het in die artikelen bepaalde, bevoegd die archiefbescheiden kosteloos te raadplegen en daarvan of daaruit afbeeldingen, afschriften, uittreksels en bewerkingen te maken of op zijn kosten te doen maken.
Het CABR is op 6 november 2000 overgebracht naar de rijksarchiefbewaarplaats in Den Haag. De Minister van Justitie is de zorgdrager van het CABR en hij heeft, zoals blijkt uit de Verklaring van overbrenging van 6 november 2000, de archiefbescheiden overgedragen aan verweerder, die zich vervolgens heeft verplicht het archief in goede staat te bewaren of te doen bewaren, overeenkomstig het bij of krachtens de Aw voor het beheer van overheidsarchieven bepaalde.
Verweerder hanteert vanaf 1 september 2012 het algemene beleid om niet langer toestemming te geven voor het maken van reproducties uit beperkt openbare archieven zoals het CABR. Hierop wordt alleen een uitzondering gemaakt als bepaalde archiefbescheiden als juridisch bewijsstuk moeten dienen. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat ook een uitzondering wordt gemaakt voor de situatie waarin een volkenrechtelijke bepaling verplicht tot het verstrekken van een bepaald document. Verdere uitzonderingen op het beleid zijn niet geformuleerd.
De rechtbank is van oordeel dat uit de beperking van de openbaarheid van de in dit geschil onderhavige stukken in beginsel voortvloeit dat daarvan geen kopieën kunnen worden verstrekt. Door het zonder meer verstrekken van kopieën van deze archiefbescheiden zouden de aan de openbaarheid gestelde beperkingen immers worden opgeheven. De beperking van de openbaarheid is nu juist gesteld met het oog op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de in deze stukken genoemde personen. De omstandigheid dat eiser, zoals hij ter zitting naar voren heeft gebracht, zorgvuldig zal omgaan met deze stukken en hij deze slechts voor zijn onderzoek zal gebruiken, doet daar niet aan af. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat indien kopieën van niet-openbare archiefstukken worden gemaakt en deze het Haags Gemeentearchief verlaten het toezicht op deze niet-openbare archiefstukken niet langer meer kan worden uitgeoefend.”
De fysieke staat van de archiefbescheiden is verder niet in alle gevallen optimaal. Er zijn kwetsbare archiefstukken bij die niet zonder meer gekopieerd kunnen worden en waar met zorg mee moet worden omgegaan. Tot slot speelt bij het CABR een rol dat verweerder per maand circa 400 verzoeken om raadpleging van het archief ontvangt. Het ligt in de lijn der verwachting dat een deel van de mensen die het archief raadpleegt, ook zal verzoeken om toestemming voor het vervaardigen van reproducties.
Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.