Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juni 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de korpschef van het Korps Landelijke politiediensten, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
In het bestreden besluit heeft verweerder voor het eerst melding gemaakt van een derde voorval dat in zijn ogen in de weg staat aan de gevraagde toestemming. Uit een mutatierapport blijkt dat eiser is aangehouden, omdat er op dat moment veel meldingen waren van ‘nep-politie’ en eiser er kennelijk ook uitzag als politieagent. Eiser heeft de blauwe flitslamp aan de voorzijde verwijderd, aldus het mutatierapport. Volgens eiser is hij aangehouden toen hij als verkeersregelaar werkte. Hij is stopgezet en de lichtarmatuur op zijn auto is gecontroleerd en goed bevonden. Hij heeft dus niets fout gedaan, zo stelt hij. Eiser verwijst naar foto’s van de betreffende auto en naar een youtubefilmpje ter onderbouwing van zijn verhaal. Er was volgens hem geen blauwe flitslamp aan de voorzijde. Het ging hier slechts om een routine controle waarbij de politie heeft vastgesteld dat er geen enkele overtreding is begaan. Eiser heeft dus ook geen boete gehad. De rechtbank concludeert dat verweerder het voorval in het bestreden besluit noemt, maar dat hij in zijn overwegingen niet motiveert wat dit incident voor gewicht heeft bij de besluitvorming. In het bestreden besluit staat immers niet meer dan dat er sprake is van feiten als bedoeld in paragraaf 2.3 onder c van de Beleidsregels. “Tegen bezwaarde is aangifte gedaan van huiselijk geweld en er is een voorwaardelijk sepot genomen. Verder heeft bezwaarde zich op 15 juni 2014 niet gedragen zoals van een verkeersregelaar verwacht mag worden.” Hoe verweerder de mutatie van 7 juli 2010 bij zijn besluitvorming heeft betrokken blijkt daaruit niet. Ook is uit het besluit niet gebleken (en dit blijkt ook niet uit de mutatie zelf) wat eiser precies wordt verweten. Of sprake is geweest van een verboden gedraging en zo ja, welke dan, blijkt niet. Ook op dit punt vertoont het bestreden besluit dus een gebrek.
1. onderzoek doen naar de drie feiten die hij aan het besluit ten grondslag heeft gelegd, waarbij hij het door eiser aangedragen tegenbewijs moet betrekken,