Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een verzoek in tot bewijsbeslag op ruwe film- en video-opnames van een televisieserie die naar zijn zeggen scènes bevat die zijn ontleend aan zijn auteursrechtelijk beschermde boek. Hij stelt dat de serie inbreuk maakt op zijn auteursrecht en wenst het beslag om bewijs veilig te stellen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet voldeed aan de verplichting om alle relevante feiten, waaronder eerdere beslagverzoeken, volledig en naar waarheid aan te voeren, zoals vereist door artikel 21 Rv Pro. Daarnaast werd onvoldoende aannemelijk geacht dat er sprake is van een dreigende auteursrechtinbreuk op basis van de gelijkenis tussen de serie en het boek.
Verder is geoordeeld dat een bewijsbeslag voorafgaand aan uitzending niet gerechtvaardigd is, omdat een procedure met een uitzendverbod of schadevergoeding pas na uitzending zinvol is en voor toewijzing daarvan een dreigende inbreuk onvoldoende is. Daarom werd het verzoek tot bewijsbeslag afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot bewijsbeslag op ruwe filmopnames van de televisieserie wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van auteursrechtinbreuk en niet-naleving van artikel 21 Rv.