Uitspraak
D
- het proces-verbaal van de zitting van 30 juni 2016 met daarin verwoord het wrakingsverzoek;
- de schriftelijke reactie van mr. M.P. Glerum van 4 juli 2016.
Het wrakingsverzoek
De beoordeling
De beslissing
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.P. Glerum, de behandelend rechter in een strafzaak, op grond van vermeende ongelijke behandeling en schending van artikel 1 van Pro de Grondwet. Zij stelde dat er sprake was van rechtsongelijkheid tussen gewone burgers en justitietop, en wilde dit via de procedure aan de orde stellen.
De wrakingskamer oordeelde dat het afwijzen van een verzoek om getuigen te horen een normale procesbeslissing is en op zichzelf geen grond voor wraking vormt. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden of zwaarwegende aanwijzingen dat de rechter partijdig of vooringenomen zou zijn. Verzoekster en haar gemachtigde hadden de motivering van de rechter niet afgewacht, waardoor toetsing daarvan niet mogelijk was.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die de vrees voor partijdigheid objectief rechtvaardigen. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en de procedure in de onderliggende strafzaak werd voortgezet zoals die was opgeschort.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.