Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] ,
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser werd door zijn werkgever op staande voet ontslagen wegens vermeende diefstal van geld uit de kassalade. Het UWV weigerde daarop zijn WW-uitkering met het argument dat sprake was van verwijtbare werkloosheid vanwege een dringende reden. Eiser stelde dat het UWV onvoldoende eigen onderzoek had verricht en zich enkel op de werkgever had gebaseerd, terwijl zijn eigen verklaring en omstandigheden dit tegenspraken.
De rechtbank constateerde dat het UWV niet had voldaan aan de zorgvuldigheidsplicht om nader onderzoek te doen naar de intentie van eiser en de feiten, bijvoorbeeld door collega’s te horen. De enkele gedraging van het meenemen van geld zonder toestemming was onvoldoende bewijs voor diefstal of verduistering. De rechtbank oordeelde dat het UWV niet in zijn bewijslast was geslaagd en dat er geen sprake was van verwijtbare werkloosheid.
Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Het UWV werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen zonder de weigering op grond van verwijtbare werkloosheid. Tevens werd het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WW-uitkering te weigeren wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.