Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 juli 2016 in de zaak tussen
[eiser 1] , [eiser 2] , en [eiser 3] , allen wonende te [woonplaats] , eisers
(gemachtigde: mr. drs. H.J.M. van Schie).
Procesverloop
Overwegingen
- de legakker ter plaatse van woningtype C en D is ingekort en zodanig verplaatst dat er tussen de kadastrale erfgrens en de legakker aan de zuidzijde een doorvaartruimte ontstaat van minimaal 2,70 meter;
- de legakker ter plaatse van woningtype Esp en C is naar het noorden verplaatst en is ook hier zodanig dat aan de zuidzijde een doorvaartruimte ontstaat van minimaal 2,70 meter;
- de watergang wordt op het eigen terrein, binnen het projectgebied, op de plaats van aanvankelijk verzochte tuin/aanlegsteiger verbreed.
Aantasting privacy?
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het besluit van 16 oktober 2015 gegrond;
- vernietigt het besluit van 16 oktober 2015;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 18 mei 2016 ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.240,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eisers te vergoeden.