Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
zaak/rekestnr.: C/16/419418 / FA RK 16-4695
Beschikking van 22 juli 2016
[naam] ,
wijsthet verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging
af.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging voor een betrokkene met schizofrenie en zwakbegaafdheid. De betrokkene verblijft vrijwillig in een instelling en werkt met enige drang mee aan noodzakelijke behandelingen, ondanks zijn verbale weerstand.
De raadsman betoogde dat de machtiging niet nodig is vanwege het ontbreken van recente gevaarlijke feiten en de bereidheid van betrokkene tot vrijwillig verblijf. De arts stelde dat zonder medicatie het gevaar van zelfverwaarlozing en ernstig letsel voor anderen weer kan optreden, en dat de betrokkene niet instemt met medicatiegebruik.
De rechtbank oordeelde dat het gevaar nog steeds aanwezig is maar dat het met de huidige middelen en drang in een vrijwillig kader kan worden afgewend. Er is geen sprake van feitelijke dwang die een machtiging rechtvaardigt. De voorlopige machtiging werd daarom afgewezen, met het oog op het precieze evenwicht tussen druk en ruimte binnen de behandeling en de mogelijkheid dat bij toename van weerstand alsnog dwang noodzakelijk kan zijn.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige machtiging wordt afgewezen omdat het gevaar met vrijwillige zorg en drang kan worden afgewend zonder feitelijke dwang.