Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2016 in de zaak tussen
[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] (UTR 16/388),
[eiser 4] (UTR 16/648),
[eiser 8] , [eiser 9] , [eiser 10] , [eiser 11] (UTR 16/509)
[eiser 12] (UTR 16/642), allen te [woonplaats] , eisers
[naam] B.V., gevestigd te Mijdrecht
(gemachtigde: mr. A.G. van Keulen).
Procesverloop
[eiser 1] , [eiser 5] , [eiser 6] , [eiser 7] , [eiser 8] , [eiser 10] en [eiser 12] zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun (respectievelijke) gemachtigden. Mr. A. Vinkenborg is verschenen in de plaats van mr. J.M. Smits. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. [naam] is vertegenwoordigd door [X] , directeur, bijgestaan door de gemachtigde.
Overwegingen
[adres] beschikbaar zijn.
aanleiding om terug te komen op hetgeen in de tussenuitspraak hieromtrent is overwogen.
Deze kosten zijn voor de zaak UTR 16/388, met mr. J.M. Smits als gemachtigde, met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 992,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het verschijnen ter zitting, vanwege de gelijktijdige behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening, en 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze na de bestuurlijke lus, waarde per punt € 496,- en wegingsfactor 1) als kosten voor verleende rechtsbijstand.
Voor de zaken UTR 16/648, UTR 16/651 en UTR 16/653, met mr. T. van der Weijde als gemachtigde, zijn de totale kosten eveneens begroot op € 992,-. De rechtbank overweegt hiertoe dat de beroepschriften vrijwel gelijkluidend zijn en dat de behandeling van de beroepen ter zitting gelijktijdig heeft plaatsgevonden.
In de zaak UTR 16/642 is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen het besluit van 17 december 2015 gegrond;
- vernietigt het besluit van 17 december 2015;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 3 mei 2016 ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de zaak UTR 16/388 tot een bedrag van € 992,- in de proceskosten van eisers;
- veroordeelt verweerder in de zaken UTR 16/648, UTR 16/651 en UTR 16/653
- veroordeelt verweerder in de zaak UTR 16/509 tot een bedrag van € 1.240,- in de proceskosten van eisers;
- draagt verweerder in de zaken UTR 16/388, UTR 16/648, UTR 16/651,