Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Procesverloop
Overwegingen
Ook tegen deze achtergrond ziet de voorzieningenrechter in de door verzoeker overgelegde email geen redenen om een schending van het vertrouwensbeginsel aan te nemen.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker woont samen met zijn echtgenote sinds 1995 op een perceel en heeft in 1997 een naburig perceel met daarop twee gebouwen gekocht. Deze gebouwen zijn zonder vergunning gebouwd en worden gebruikt voor permanente bewoning, wat strijdig is met het bestemmingsplan. Verweerder heeft een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik als woning te staken, de woonvoorzieningen te verwijderen en de oppervlakte van bijgebouwen terug te brengen tot het toegestane maximum.
Verzoeker betoogt dat de gebouwen slechts gerenoveerd zijn en dat hij aanspraak kan maken op overgangsrecht, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van gehele vernieuwing en dat het gebruik voor bewoning het strijdige gebruik vergroot. Het bestuursorgaan is bevoegd tot handhaving en er is geen concreet zicht op legalisatie.
Verzoeker beroept zich op het vertrouwensbeginsel vanwege een e-mail van een gemeentelijk jurist, maar de voorzieningenrechter stelt vast dat deze e-mail geen ondubbelzinnige toezegging bevat en niet namens het bestuursorgaan is gedaan. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.