ECLI:NL:RBMNE:2016:4577

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2016
Publicatiedatum
16 augustus 2016
Zaaknummer
16/660104-13 (bezwaarschrift)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22g Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen omzetting werkstraf in vervangende hechtenis ongegrond verklaard

De veroordeelde was door de rechtbank veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis. Uit een rapport van de reclassering bleek dat de veroordeelde slechts 150 uur van de werkstraf naar behoren had verricht en de resterende 50 uur niet had voltooid. De officier van justitie besloot daarop tot omzetting van de resterende werkstraf in 25 dagen vervangende hechtenis, waarvan de kennisgeving aan de veroordeelde op 6 april 2016 werd betekend.

De veroordeelde diende tijdig een bezwaarschrift in tegen deze omzetting. Tijdens de zitting op 3 juni 2016 verscheen alleen de officier van justitie; de raadsman liet weten dat de veroordeelde de vervangende hechtenis inmiddels had ondergaan. De rechtbank overwoog dat de veroordeelde meerdere kansen had gehad om de werkstraf te voltooien, maar deze niet had benut en zelfs na een officiële waarschuwing ongemotiveerd bleef.

Gelet op deze feiten en het reclasseringsrapport oordeelde de rechtbank dat de veroordeelde de taakstraf zonder gerechtvaardigde reden niet naar behoren had verricht. De omzetting van de resterende werkstraf in vervangende hechtenis was daarom terecht. De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift ongegrond en benadrukte dat het toekennen van een schorsende werking aan het bezwaarschrift een bevoegdheid is van het Openbaar Ministerie en niet van de rechtbank.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de omzetting van de werkstraf in vervangende hechtenis wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingslocatie: Utrecht
Strafrecht
Parketnummer: 16/660104-13
Rolnummer: 8
Datum uitspraak: 17 juni 2016
Beslissing ex artikel 22g Wetboek van Strafrecht
Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van
het bezwaarschrift op grond van artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht, ingediend door:

[veroordeelde] ,geboren op [1987] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] te [woonplaats]
hierna te noemen de veroordeelde.
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder:
- het vonnis van deze rechtbank van 8 april 2015, waarbij aan de veroordeelde onder meer een taakstraf is opgelegd, bestaande deze straf uit:
- een werkstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis;
- een rapport van de Reclassering Nederland, unit Utrecht, d.d. 8 maart 2016, waaruit blijkt dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht;
- de op 6 april 2016 aan veroordeelde betekende kennisgeving omzetting van de officier van justitie.
Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 3 juni 2016, waarbij is gehoord:
de officier van justitie.
De raadsman heeft in een brief van 2 juni 2016 medegedeeld dat hij en zijn cliënt niet zullen verschijnen ter terechtzitting en dat zijn cliënt inmiddels (op 1 dag na) de vervangende hechtenis heeft ondergaan. De raadsman betreurt het dat het Openbaar Ministerie de executie van de vervangende hechtenis niet tot aan de zitting heeft willen opschorten. Derhalve wordt om principiële redenen het bezwaar gehandhaafd en verzoekt hij de rechtbank om het bezwaarschrift alsnog gegrond te verklaren.
OVERWEGINGEN:
Veroordeelde heeft van de bij vonnis opgelegde werkstraf van 200 uren reeds 150 uren naar behoren verricht. De veroordeelde heeft de resterende vijftig uur niet verricht. De officier van justitie heeft tijdig de tenuitvoerlegging bevolen van de vervangende hechtenis voor de duur van 25 dagen.
Op 6 april 2016 is de kennisgeving als bedoeld in artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht aan de veroordeelde betekend.
Het bezwaarschrift tegen deze kennisgeving is tijdig op 12 april 2016 ingediend ter griffie van deze rechtbank.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter openbare terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat de veroordeelde de bij bovengenoemd vonnis opgelegde taakstraf zonder gerechtvaardigde reden niet naar behoren heeft verricht. Veroordeelde heeft gezien de rapportage vanaf juni 2015 tot en met januari 2016 meerdere kansen gehad zijn werkstraf te voltooien, maar heeft deze kansen niet benut. Zelfs een officiële waarschuwing in december 2015 heeft veroordeelde er niet toe gebracht zijn werkstraf te verrichten. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat veroordeelde ongemotiveerd is (geweest) en de kantjes ervan af heeft gelopen. Er was dan ook alle reden voor de officier van justitie om de nog resterende taakstraf van 50 uren om te zetten in vervangende hechtenis van 25 dagen.
Derhalve dient het bezwaarschrift van de veroordeelde ongegrond te worden verklaard.
De rechtbank merkt daarbij op dat het al dan niet toekennen van een schorsende werking aan een bezwaarschrift een beslissing van het Openbaar Ministerie is, waarbij men een standpunt inneemt aan de hand van de aanwezige stukken. Het is niet aan de rechtbank om daar een oordeel over te geven.
De rechtbank heeft gelet op artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING:
De rechtbank verklaart het bezwaarschrift van de veroordeelde tegen voormelde kennisgeving ongegrond.
Aldus gedaan door mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter, en mrs. H.A. Gerritse en C.E.M. Nootenboom-Lock, bijgestaan door M.J.C. van der Vegte als griffier
en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 17 juni 2016.
Mr. C.E.M. Nootenboom-Lock is buiten staat mede dit vonnis te ondertekenen.