ECLI:NL:RBMNE:2016:4589
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voortzetting ISD-maatregel ondanks onnodige vertraging in behandeling
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 juli 2016 uitspraak gedaan over de voortzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) opgelegd aan de veroordeelde. De zaak betrof een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel, waarbij onnodige vertraging in de behandeling van de veroordeelde aan de orde was.
De vertraging ontstond door een verschil van inzicht tussen de reclassering en de penitentiaire inrichting over het behandeltraject. De reclassering achtte behandeling bij een specifieke locatie geïndiceerd, terwijl de PI een traject met scholing en beschermd wonen voorstond. Na een incident in de PI sloot de PI zich aan bij het behandelplan van de reclassering. De veroordeelde is inmiddels geplaatst op de gesloten afdeling van de betreffende locatie, maar de behandeling was nog niet gestart.
De rechtbank constateert dat de veroordeelde onnodig vertraging heeft opgelopen, ondanks zijn motivatie om de behandeling te volgen. De voortzetting van de ISD-maatregel wordt als wenselijk en noodzakelijk gezien om de behandeling te kunnen starten en de kans op recidive te beperken. De rechtbank baseert haar beslissing op artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht en bevestigt de voortzetting van de maatregel.
Uitkomst: De ISD-maatregel wordt voortgezet ondanks onnodige vertraging in de behandeling.