ECLI:NL:RBMNE:2016:4589

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 juli 2016
Publicatiedatum
16 augustus 2016
Zaaknummer
16/652706-15 (toetsing ISD)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38s SrArt. 509aa Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting ISD-maatregel ondanks onnodige vertraging in behandeling

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 juli 2016 uitspraak gedaan over de voortzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) opgelegd aan de veroordeelde. De zaak betrof een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel, waarbij onnodige vertraging in de behandeling van de veroordeelde aan de orde was.

De vertraging ontstond door een verschil van inzicht tussen de reclassering en de penitentiaire inrichting over het behandeltraject. De reclassering achtte behandeling bij een specifieke locatie geïndiceerd, terwijl de PI een traject met scholing en beschermd wonen voorstond. Na een incident in de PI sloot de PI zich aan bij het behandelplan van de reclassering. De veroordeelde is inmiddels geplaatst op de gesloten afdeling van de betreffende locatie, maar de behandeling was nog niet gestart.

De rechtbank constateert dat de veroordeelde onnodig vertraging heeft opgelopen, ondanks zijn motivatie om de behandeling te volgen. De voortzetting van de ISD-maatregel wordt als wenselijk en noodzakelijk gezien om de behandeling te kunnen starten en de kans op recidive te beperken. De rechtbank baseert haar beslissing op artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht en bevestigt de voortzetting van de maatregel.

Uitkomst: De ISD-maatregel wordt voortgezet ondanks onnodige vertraging in de behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/652706-15 (toetsing ISD)
Datum uitspraak: 29 juli 2016

Beslissing ex artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht

Beslissing van de meervoudige raadkamer voor strafzaken, naar aanleiding van het onderzoek ex artikel 509aa van het Wetboek van Strafvordering, betrekking hebbend op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan:

[veroordeelde] ,

geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in [verblijfplaats] , [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: de veroordeelde.
De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:
- het vonnis van deze rechtbank van 9 december 2015 waaruit blijkt dat aan de veroordeelde is opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar. In het gedwongen ISD-kader is tevens een behandelverplichting opgelegd;
- een verzoekschrift van de verdediging tot tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel d.d. 29 april 2016;
- een de verdachte betreffend voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel d.d. 20 mei 2016 opgemaakt door [A] , senior casemanager P.I. [plaatsnaam] ;
- een proces-verbaal van de zitting van 13 juni 2016 waaruit volgt dat de rechtbank de zaak heeft aangehouden tot 15 juli 2016.
- een (niet gedateerde) brief van het Leger des Heils bevattende aanvullende informatie voor de (aangehouden) toetsing van veroordeelde.
Het onderzoek heeft plaats gevonden op de zittingen van 13 juni 2016 en 15 juli 2016, waarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie;
- de veroordeelde;
- de raadsvrouwe van de veroordeelde, mr. C. Lammers, advocaat te Utrecht;
- [A] , senior casemanager P.I. [plaatsnaam] (alleen op 13 juni 2016);
- [B] , reclasseringswerker Leger des Heils (alleen op 13 juni 2016).
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouwe heeft aangegeven dat veroordeelde de behandeling binnen de ISD-maatregel wil voortzetten. De raadsvrouwe heeft daarbij opgemerkt dat zij het kwalijk vindt hoe het is gelopen en dat de plaatsing in [verblijfplaats] behoorlijke onnodige vertraging heeft opgelopen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
Het oordeel van de rechtbank
In het voortgangsverslag van 20 mei 2016 wordt geadviseerd om de ISD-maatregel te continueren. Indien de maatregel wordt opgeheven, wordt de kans op recidive zeer hoog geacht.
Uit het vonnis van deze rechtbank van 9 december 2015 komt naar voren dat zo spoedig mogelijk een klinische behandeling moet starten, waarbij wordt opgemerkt dat reeds een concreet behandelplan is opgesteld. De PI en de reclassering verschilden vervolgens van inzicht over de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel. Naar de mening van de reclassering was behandeling bij [verblijfplaats] geïndiceerd, terwijl de PI een ander traject voor ogen stond, waarbij scholing en beschermd wonen voorop stonden. Na een incident in de PI, kort voor de zitting van 13 juni 2016, heeft de PI zich achter het plan tot behandeling van veroordeelde bij [verblijfplaats] geschaard.
De reclassering heeft in haar brief vermeld dat veroordeelde op 4 juli 2016 is geplaatst op de gesloten afdeling van [verblijfplaats] in [woonplaats] . De reclassering adviseert om de ISD-maatregel te continueren op de wijze waarop het nu is vormgegeven.
Veroordeelde heeft verklaard dat hij inmiddels in [verblijfplaats] is geplaatst, maar dat de behandeling nog niet is begonnen. Hij vindt het jammer dat het allemaal zo lang heeft geduurd omdat hij daardoor in september 2016 niet met school kan beginnen.
De rechtbank concludeert dat de behandeling van veroordeelde onnodige vertraging heeft opgelopen doordat veroordeelde niet kort na de start van de ISD-maatregel is aangemeld voor een klinische behandeling, terwijl er een duidelijk vonnis lag. Ook na de zitting van 13 juni 2016 heeft de aanmelding en plaatsing bij [verblijfplaats] onnodig lang geduurd. Veroordeelde is hier de dupe van geworden terwijl hij zeer gemotiveerd is.
Veroordeelde zit nu in [verblijfplaats] en de behandeling zal daar starten in het kader van de ISD-maatregel. Voortzetting van de ISD-maatregel is van belang om veroordeelde de benodigde behandeling te laten ondergaan. Bovendien wordt op dit moment de kans op herhaling van het plegen van strafbare feiten als groot ingeschat. De rechtbank acht het daarom wenselijk en noodzakelijk dat de ISD-maatregel wordt voortgezet.
De rechtbank heeft gelet op artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING:
De rechtbank verstaat dat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, opgelegd aan [veroordeelde] , wordt voortgezet.
Aldus gedaan door mr. V. van Dam, voorzitter, mrs. E.J. van Rijssen en H.A. Gerritse, rechters, bijgestaan door mr. M.J.C. van der Vegte als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 29 juli 2016.
Mr. E.J. van Rijssen is buiten staat mede deze beslissing te ondertekenen.