ECLI:NL:RBMNE:2016:4826
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting ex-vrouw over lange periode
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 2 september 2016 de zaak tegen een man uit Almere die werd verdacht van verkrachting van zijn ex-vrouw over de periode van 1993 tot en met 2006. De verdachte werd beschuldigd van het dwingen tot seksuele handelingen met geweld en bedreiging.
De tenlastelegging omvatte onder meer dat de vrouw op vijftienjarige leeftijd aan de verdachte was uitgehuwelijkt en dat zij gedwongen werd tot seksuele handelingen onder mishandeling. De verdediging voerde verjaring aan voor feiten voor 1994 en betwistte het bewijs. De rechtbank oordeelde dat de verjaringstermijnen niet waren overschreden voor de relevante periode.
De officier van justitie baseerde zich op de aangifte, een getuigenverklaring en medische informatie, waaronder letsel geconstateerd in 1998. De verdediging stelde dat deze bewijsstukken onvoldoende waren omdat de getuigenverklaring en medische informatie gebaseerd waren op wat de vrouw zelf had verteld en het letsel ook spontaan of na gewenste penetratie kon zijn ontstaan.
De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig bewijs was om de verkrachting bewezen te verklaren en sprak de verdachte vrij. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor verkrachting.