ECLI:NL:RBMNE:2016:4977
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Goedkeuring onderhandse verkoop registergoed ondanks hoger bod niet toegelaten
HSH Nordbank AG heeft bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek ingediend tot goedkeuring van de onderhandse verkoop van een registergoed waarop zij een recht van hypotheek heeft. Het registergoed betreft meerdere kantoorgebouwen en parkeerrechten te Utrecht. De waarde van het registergoed was door een taxateur vastgesteld op een onderhandse verkoopwaarde van circa €15,6 miljoen en een executiewaarde van €9,5 miljoen.
HSH had een koopovereenkomst gesloten met [bedrijf 1] B.V. voor een bedrag van €24 miljoen. Na indiening van het verzoekschrift heeft [bedrijf 3] S.a.r.l. in kort geding geprobeerd het verzoek in te trekken en een hoger bod uit te brengen, maar dit werd door de voorzieningenrechter afgewezen. Tijdens de zitting heeft [bedrijf 3] betoogd dat het verzoek onvoldoende onderbouwd was en dat zij een hoger bod wilde uitbrengen, maar zij werd niet toegelaten tot het uitbrengen van een hoger bod omdat zij niet tot de groep van bevoegde partijen behoorde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevoegdheid tot het voorleggen van een hoger bod aan de rechter exclusief is voorbehouden aan hypotheekgevers, hypotheekhouders, beslagleggers en beperkt gerechtigden. Omdat [bedrijf 3] niet door een van deze partijen was voorgesteld, mocht zij geen hoger bod doen. Gezien de koopprijs ruim boven de executiewaarde lag, werd aangenomen dat openbare verkoop geen hogere opbrengst zou opleveren. Het verzoek tot goedkeuring van de onderhandse verkoop werd daarom toegewezen.
Uitkomst: Verzoek tot goedkeuring van de onderhandse verkoop van het registergoed wordt toegewezen en hoger bod wordt niet toegelaten.