ECLI:NL:RBMNE:2016:5477
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechter
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die de hoofdzaak behandelde betreffende een geldvordering van Famed B.V. tegen verzoeker. Het verzoek betrof het niet toestaan van medeondertekening van het proces-verbaal door verzoeker na een rolzitting.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de onpartijdigheid van de rechter centraal stond. De rechter had toegelicht dat de griffier aantekeningen maakte van de mondeling gegeven conclusies van antwoord, waarna een proces-verbaal werd opgesteld en ondertekend door de rechter en griffier, wat volgens de wet voldoende is.
De wrakingskamer oordeelde dat geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard en de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van vóór de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.