Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: ING.
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [A] , schuldhulpverlener.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster, een alleenstaande vrouw met twee minderjarige kinderen en een parttime baan, verzocht de rechtbank om een dwangakkoord vast te stellen waarmee ING Bank gedwongen zou worden in te stemmen met een schuldregeling. Deze regeling voorzag in een lagere uitkering aan ING dan haar volledige vordering, maar was hoger dan het aanbod in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
De rechtbank overwoog dat ING in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling kon komen, omdat het belang van ING bij volledige betaling van haar vordering groot is. Hoewel het minnelijke akkoord een hogere afloscapaciteit bood dan de Wsnp, ontbraken waarborgen dat verzoekster zich maximaal zou inspannen om haar inkomen te verhogen. De Wsnp biedt juist strenge controle op de inspanningsverplichting via een bewindvoerder en rechter-commissaris.
De rechtbank achtte het aannemelijk dat verzoekster in de toekomst haar inkomen kan verhogen, bijvoorbeeld door meer uren te werken of een tweede baan te nemen. Dit stelt nadere eisen aan het akkoord, die in het minnelijke traject ontbraken. Het belang van de schuldeisers weegt zwaarder dan het voordeel van een hogere afloscapaciteit zonder waarborgen.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot dwangakkoord af en sprak zij de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit. Tevens benoemde zij een rechter-commissaris en bewindvoerder en stelde zij de beslagvrije voet vast. Verzoekster handhaafde haar verzoek tot toelating tot de Wsnp, dat werd toegewezen.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling dwangakkoord afgewezen en toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken.