Uitspraak
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van 2 oktober 2016;
- de schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek van 11 oktober 2016.
2.Het wrakingsverzoek
Namens de rechtbank deel ik u het volgende mede.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker, handelend onder de naam Kanoverhuur Utrecht, diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters die betrokken waren bij bestuursrechtelijke procedures over exploitatievergunningen voor fluisterboten en handhavingsbesluiten van de gemeente Utrecht. Het wrakingsverzoek richtte zich op vermeende onpartijdigheid vanwege korte reactietermijnen en de beslissing om verschillende nauw samenhangende zaken te voegen.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 14 oktober 2016 en concludeerde dat de rechters procesbeslissingen hadden genomen omtrent reactietermijnen en samenvoeging, waarbij de termijn van twee weken adequaat werd geacht gezien de samenhang van de zaken en de noodzaak van voortvarende procedurele voortgang. Verzoeker had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een langere termijn rechtvaardigden.
De kamer overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat slechts uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De genomen procesbeslissingen waren niet dermate onbegrijpelijk dat zij een aanwijzing voor vooringenomenheid vormden. Verzoeker had bovendien de mogelijkheid om zijn standpunten ter zitting toe te lichten.
De wrakingskamer verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond en bepaalde dat de procedures met zaaknummers UTR 16/1545 GEMWT en UTR 16/389 VEROR voortgezet worden in de stand van vóór de schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt ongegrond verklaard en de procedures worden voortgezet.