ECLI:NL:RBMNE:2016:589
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.J. Hamming
- Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn
- K.G. van de Streek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting door onrechtmatige doorzoeking bedrijfspand hennepteelt
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 26 januari 2016 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van voorbereiding van illegale hennepteelt door het bezit en verhandelen van diverse goederen bestemd voor hennepteelt. De politie doorzocht op 2 april 2015 het bedrijfspand van verdachte en nam een grote hoeveelheid materialen in beslag.
De officier van justitie stelde dat het bewijs wettig en overtuigend was, gebaseerd op de doorzoeking en de aangetroffen goederen. De verdediging voerde aan dat de doorzoeking onrechtmatig was omdat het vereiste redelijk vermoeden van schuld ontbrak, en dat daarom het bewijs uitgesloten moest worden.
De rechtbank oordeelde dat de feiten en omstandigheden bekend op het moment van de doorzoeking onvoldoende waren om een redelijk vermoeden van schuld vast te stellen. De aanwezigheid van goederen die ook vóór 1 maart 2015 konden zijn aangeschaft en de sluiting van de winkel per 1 maart 2015 maakten het vermoeden onvoldoende. De doorzoeking was daarom onrechtmatig en het verkregen bewijs moest worden uitgesloten.
Omdat er geen ander wettig bewijs was, sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank benadrukte het belang van het voorkomen van willekeurig politieoptreden en de bescherming van het recht op privacy.
Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 26 januari 2016.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatige doorzoeking van zijn bedrijfspand.