Partijen zijn in 1997 in gemeenschap van goederen gehuwd en in 2007 gescheiden. Tijdens het huwelijk heeft de man pensioenrechten opgebouwd. In eerdere procedures is een algemene kwijting overeengekomen, maar pensioenverevening is toen niet besproken.
De vrouw vordert dat de man vanaf 1 juli 2015 de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen aan haar betaalt, vermeerderd met indexatie. De man voert verweer dat hij door de kwijting afstand zou hebben gedaan van pensioenverevening en dat de vrouw haar rechten bewust heeft achtergehouden.
De rechtbank stelt vast dat pensioenrechten niet tot de huwelijksgoederengemeenschap behoren en dat afstand van pensioenverevening schriftelijk en expliciet moet worden vastgelegd. Omdat dit niet is gebeurd, is er geen afstand genomen. Ook de door de man aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om afstand of rechtsverwerking aan te nemen.
De rechtbank wijst de vordering van de vrouw toe voor betaling van €79,78 bruto per maand plus indexatie vanaf 1 juli 2015, wijst het meer gevorderde af en compenseert de proceskosten tussen partijen.