ECLI:NL:RBMNE:2016:5931
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.E. Verschoor-Bergsma
- M. Slootweg
- G. Perrick
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning rechter wegens kennelijke partijdigheid
In deze zaak heeft mr. C.M. Dijksterhuis een verzoek tot verschoning ingediend in een lopende bestuursrechtelijke procedure (zaaknummer UTR 16/2643). Tijdens de zitting kwam verzoeker tot de ontdekking dat zij eiseres in de hoofdzaak kent, met wie zij in het verleden nauw heeft samengewerkt bij dezelfde rechtbank.
De verschoningskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 en Pro 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarbij het uitgangspunt is dat rechters onpartijdig worden vermoed tenzij zwaarwegende aanwijzingen het tegendeel suggereren. De kamer benadrukt dat ook de schijn van partijdigheid voldoende kan zijn om verschoning te rechtvaardigen, omdat het vertrouwen van rechtzoekenden in de onpartijdigheid van het rechterlijk apparaat essentieel is.
Gezien de motivering van verzoeker dat zij zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak te beslissen, acht de verschoningskamer dit een genoegzame grond voor verschoning. Het verzoek wordt daarom gegrond verklaard en de griffier wordt opgedragen deze beslissing te communiceren aan alle betrokken partijen en relevante functionarissen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van mr. C.M. Dijksterhuis wordt gegrond verklaard wegens twijfel over onpartijdigheid.