In deze zaak vordert eiser de verwijdering van een aanbouw en een schuur die door gedaagde op haar perceel zijn geplaatst, omdat hij meent dat deze inbreuk maken op zijn eigendomsrecht en onrechtmatige hinder veroorzaken. Tevens vordert eiser een verbod op het plaatsen van zaken op een pad en een voorschot op schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat het halletje tussen de achtergevels al ruim 13 jaar aanwezig is en dat de luifel inmiddels is verwijderd. De schuur is niet direct aan de achtergevel van eiser bevestigd, er is een ruimte van 5 centimeter die droog blijft. Er is geen aannemelijk bewijs dat eiser schade lijdt of dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld.
Ook het verbod op het stallen van zaken wordt afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat er sprake is van stelselmatige hinder. De vordering tot benoeming van een deskundige en het voorschot op schadevergoeding worden eveneens afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.