Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
topfunctionaris:
de leden van de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of
instelling[
onderstreping door de rechtbank] als bedoeld in artikel 1.3, artikel 1.4 of artikel 1.5, alsmede de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en
degene of degenen belast met de dagelijkse leiding vande gehele rechtspersoon of
de gehele instelling[
onderstreping door de rechtbank].
“
Artikel 1 Begripsbepaling Pro
de leiding heeft over het [naam openbare scholengemeentschap][
onderstreping door de rechtbank]. De rector voert de gemandateerde bestuurstaken en bevoegdheden uit,
is belast met[
onderstreping door de rechtbank] de voorbereiding en uitvoering van het beleid
van het [naam openbare scholengemeentschap]en met
de coördinatie van de dagelijkse gang van zaken[
onderstreping door de rechtbank].
en heeft de leiding over de dagelijkse gang van zaken[
onderstreping door de rechtbank].
uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband:de som van uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband en beloningen betaalbaar op termijn die betrekking hebben op de beëindiging van het dienstverband, met uitzondering van uitkeringen die voortvloeien uit een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst of een wettelijk voorschrift.
zijn van toepassing op: de in bijlage 1 van deze wet opgenomenrechtspersonen of
instellingen[
onderstreping door de rechtbank].
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(…)
artikel 1 van Pro de Wet op het voortgezet onderwijs[
onderstreping door de rechtbank] in stand houden, alsmede de
openbare scholen[
onderstreping door de rechtbank], bedoeld in dat artikel[
onderstreping door de rechtbank], die anders dan door een privaatrechtelijke of openbare rechtspersoon in stand worden gehouden, behoudens de privaatrechtelijke rechtspersoon die tevens is toegelaten op grond van artikel 5 van Pro de Wet toelating zorginstellingen.
(…)
een school in stand gehouden door een gemeente[
onderstreping door de rechtbank], dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;
- primair: de school niet als een instelling als bedoeld in artikel 1.3, aanhef en onder d. van de Wnt kan worden aangemerkt; en
- subsidiair: eiser niet als een topfunctionaris als bedoeld in artikel 1.1, aanhef en onder b., van de Wnt kan worden aangemerkt.
Eisers verwijzing naar de Beleidsregels WNT 2016, het onder 6. vermelde artikel van L.G. Verburg alsook het ter zitting van 6 juni 2016 overgelegde artikel “De WNT aangepast” van H. Uhlenbroek, gepubliceerd in het maandblad ArbeidsRecht, nr. 2014/46, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
Beslissing
van mr. P. Bruins-Langedijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 7 november 2016