Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
- [benadeelde 1] ;
- [benadeelde 2] ;
- [benadeelde 3] BV;
- [benadeelde 4] .
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.Bewezenverklaring
in de periode van 15 mei 2012 tot en met 14 september 2013 in Nederland telkens opzettelijk een geldbedrag, toebehoorde aan [aangever 1] en/of [benadeelde 3] B.V. en [benadeelde 4] en/of [bedrijf 1] en [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [bedrijf 2] B.V. en [aangever 3] en/of [bedrijf 3] B.V., welke goederen verdachte uit hoofde van zijn beroep als zelfstandig ondernemer van eenmanszaak [naam] onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
- € 1.177,- voor [benadeelde 1] ,
- € 1.000,- voor [benadeelde 2] ,
- € 28.799,71 voor [benadeelde 3] BV en
- € 1.615,- voor [benadeelde 4] .
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
vier maanden.
twee maandenvan deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.