ECLI:NL:RBMNE:2016:6214
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.K. van Riemsdijk
- R.C.J. Hamming
- A. Wolfsen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak woningbraak en vernieling wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 18 november 2016 de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot woninginbraak en vernieling van een ruit in een woning te Huizen. De tenlastelegging betrof het met een breekijzer proberen openbreken van een keukenraam en het gooien van een steen tegen een ruit.
Tijdens de terechtzitting op 4 november 2016 werd de verdachte bijgestaan door een advocaat en werden de vorderingen van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was, zij bevoegd was en de officier van justitie ontvankelijk.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om de tenlasteleggingen bewezen te verklaren. Zowel de officier van justitie als de verdediging waren het hiermee eens. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland, met drie rechters, en uitgesproken in een openbare zitting. Een van de rechters was niet in staat het vonnis mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van woningbraak en vernieling wegens onvoldoende bewijs.